Nota Energiebeleid. Deel 1. Algemeen

In dit deel staat met name het besparingsbeleid centraal, terwijl daarnaast de noodzaak tot diversificatie wordt belicht. Gestart wordt met een korte analyse van de wereldvraag- en aanbodsituatie. Hierin wordt aangegeven welke kansen er bestaan op aanvullend aanbod van met name fossiele energiebronnen. Tevens is aan de orde in hoeverre het aanbod voldoende is in het licht van nieuwe mondiale vraagontwikkelingen zoals een toenemend beroep op energiebronnen vanuit onder meer de derde-wereldlanden. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens een analyse van de belangrijkste factoren die in de toekomst de vraag naar energie in ons land zullen bepalen. Omgekeerd is de energiesituatie van invloed op de algemeen economische ontwikkeling. Het tempo van de economische groei en het bedrijfstakpatroon worden nader beschouwd op hun gevolgen voor onze energiesituatie, terwijl anderzijds de gevolgen van de gewijzigde energieverhoudingen voor diverse elementen van het sociaal-economisch gebeuren ter sprake komen. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 is een stringent besparingsprogramma uitgewerkt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op uitgangspunten en instrumenten van het besparingsbeleid; in hoofdstuk 5 worden per verbruikssector de mogelijkheden tot efficiencyverbetering nagegaan; daaraan wordt een doelstellend karakter verbonden. Aandacht wordt besteed aan de benodigde maatregelen om deze efficiencyverhoging te realiseren. In hoofdstuk 6 volgt een globale verkenning van enkele consequenties van het besparingsprogramma. In hoofdstuk 7 (Gas en Olie) komt het beleid met betrekking tot deze twee energiedragers aan de orde. De knelpunten bij de mondiale aardolievoorziening vormen aanleiding de groei van het olieverbruik zoveel mogelijk te beperken en te streven naar zo hoogwaardig mogelijke toepassing van de beschikbare olie. Dit streven naar selectiviteit en hoogwaardig gebruik vormt ook de kern van ons gasafzetbeleid. Uit het oogpunt van een goed rentmeesterschap en uit het oogpunt van de toenemende problemen op het totale energiegebied zijn we gedwongen zo zorgvuldig mogelijk met ons eigen gas om te springen. Voor wat betreft olie wordt speciale aandacht besteed aan de mogelijkheden tot opvang van verstoringen van het aardolieaanbod met name op de korte termijn. Het hoofdstuk 8 (Diversificatie) beschouwt welke mogelijkheden er op de middellange en lange termijn aanwezig zijn om de huidige vorm van energie- inzet te vervangen door andere - minder hoogwaardige -. bronnen. Voor wat betreft de elektriciteitssector is zo’n diversificatieanalyse weergegeven in hoofdstuk 9. Daarbij komt ook de relatie tot het besparingsbeleid aan bod. Dit gedeelte draagt overigens nog een voorlopig karakter. Met name in de delen twee en drie van deze nota zal daarop worden teruggekomen. In hoofdstuk 10 (Energie Onderzoek, Ontwikkeling en Demonstratie) komt uitvoerig aan de orde welk onderzoekbeleid noodzakelijk is om de in ons land aanwezige kennis zo goed mogelijk te bundelen en te benutten, ten einde onze toekomstige energiepositie te verbeteren. Hoofdstuk 11 geeft een korte schets van de obstakels, de vele onzekerheden en problemen waarmee het toekomstige energiebeleid te maken krijgt. Gedemonstreerd wordt waarom het energiebeleid onderwerp van voortdurende beschouwing en zorg behoort te zijn. Daarbij wordt aangehaakt op de eerder gememoreerde door het CPB opgestelde energiescenario’s, die de functie van globaal referentiekader vervullen. Met het nodige voorbehoud worden hier op basis van de genoemde beleidsvoornemens de vooruitzichten voor onze energiehuishouding in de komende decennia geschetst. Daarbij krijgt de olie-invoer bijzondere aandacht. Het voorgenomen beleid draagt zeer aanzienlijk bij tot een ver gaande beperking van de groei van de oliebehoefte. Tot slot volgt een kort overzicht van het in deze nota uiteengezette beleid. Ten slotte zijn aan deze nota enkele bijlagen gehecht. Naast de scenario’s komt daarin met name aan de orde de ontwikkeling van het energiebeleid sinds de verschijning van de Energienota medio 1974.

Organisatie
Ministerie van Economische Zaken EZ, Den Haag (Netherlands)

Bibliografische informatie
ISBN 90-12-02731-4
193 p.

Datum
Sep 1979

Uitgever
Sdu Uitgevers, Den Haag (Netherlands)

Document digitaal beschikbaar
PDF-bestand (36 MB)


Terug naar overzicht Beleidsdocumenten