Tussenevaluatie MAP

Berichten uit
1993
Op 17 juni presenteert de directeur van EnergieNed de resultaten van het Milieu Actie Plan in 1992. Dit eerste Milieuactieplan van de distributiesector werd in februari 1991 vastgesteld. De MAP-doelstellingen werden gebaseerd op het NMP van 1989. Voor CO2 werd de doelstelling uitgedrukt in een hoeveelheid te vermijden CO2-emissies van 9,6 miljoen ton teneinde in 2000 stabilisatie te bereiken ten opzichte van 1990. Voor de verzurende emissies SO2 en NOx zouden tot het jaar 2000 0,9 miljard zuurequivalenten moeten worden vermeden. Vermeld moet echter worden dat een beperking van maximaal 0,2 miljard zuurequivalenten mogelijk werd geacht. De doelstellingen voor 2000 werden gebaseerd op dat deel van de nationale emissies dat distributiebedrijven zouden kunnen beïnvloeden, voor CO2 werd daartoe uitgegaan van een derde deel. Van de te vermijden CO2-emissies zou eenderde door warmte/kracht-koppeling bereikt worden. Het MAP bevatte voor de drie doelgroepen huishoudens, bedrijfsleven en overheid, en de sector zelf een groot aantal maatregelen, met name in de vorm van te implementeren technieken. Verwacht werd dat na het aanloopjaar 1991 in de periode '92-'95 een groot deel van de direct uitvoerbare maatregelen geïmplementeerd kon worden.

Uit de evaluatie blijkt dat in 1992 een beperking van de CO2-toename is gerealiseerd van 1,2 miljoen ton, 12,5% van de totale doelstelling. Daarmee is de verwachte 9% voor het jaar '92 ruim gehaald. De beperking van de zuurequivalenten met 22,5 miljoen overtreft ook de verlaagde doelstelling van 18,9 miljoen voor het jaar 1992. Of de doelstelling voor de verzurende emissies definitief naar beneden toe is bijgesteld wordt niet duidelijk. De doelgroep huishoudens ligt op schema; met name de HR-ketel en de energie- en waterbesparende douchekoppen doen het erg goed. De maatregelen op het gebied van isolatie en spaarlampen verlopen iets minder succesvol. De resultaten voor de doelgroep bedrijfsleven en overheid zijn minder. Met name de introductie van efficiënte verlichtingssystemen en HR-ketels blijft sterk achter. Redenen voor de problemen bij deze doelgroep zijn de diversiteit van de groep, het relatief geringe aandeel van de energiekosten in de totale bedrijfskosten en de gangbare beslisstructuur. In de eigen sector verloopt de CO2-beperking uitermate voorspoedig door de plaatsing van vele warmte/kracht-installaties. De implementatie van windenergie blijft echter achter. Van de MAP-heffingsopbrengst in 1992, een bedrag van 195 miljoen, werd 166 miljoen besteed en de rest toegevoegd aan de MAP-reserves. De conclusie in de tussenevaluatie is dat de activiteiten op sommige punten misschien bijgesteld kunnen worden maar dat het beleid op zich succesvol is.


Terug naar thema Energiedistributie 1993