Verbouwing Borssele-centrale |
Berichten uit 1993 |
De Minister van EZ schrijft in een brief van 7 mei 1993 aan
de Sep, EZH en de Tweede Kamer dat inzake de vergunningverlening gekozen is voor
een uitgebreide vergunningverleningsprocedure inclusief inspraak en een milieu
effect rapportage, op basis van artikel 17, eerste lid van de Kernenergiewet.
Bij deze beslissing heeft de uitspraak van de Raad van State over de vergunning
voor de Dodewaard-centrale een belangrijke rol gespeeld. Het besluit betekent
een vertraging van de aanpassingen met twee jaar waardoor de centrale pas in
1997 klaar zal zijn. De EZH gaat daarom vooralsnog niet akkoord met het project;
470 miljoen gulden voor een centrale die volgens de planning in 2004 gesloten
wordt, acht het productiebedrijf bedrijfseconomisch onverantwoord. De Sep stelt
vervolgens in het financieel-economische bedrijfsplan voor om de centrale drie
jaar langer open te houden, tot 2007. De aandeelhouders gaan daarmee akkoord
mits het openhouden niet meer zal kosten dan de 467 miljoen gulden, de centrale
in 1997 helemaal klaar is en Minister Andriessen instemt met de verlengde
openstelling tot 2007. In het nieuwe Elektriciteitsplan zal de kerncentrale
Borssele als productie-eenheid worden opgenomen tot het jaar 2007.