Advies AER inzake koel- en vriesapparatuur

Berichten uit
1993
De Algemene Energie Raad brengt in 1993 een drietal adviezen uit. Het advies van 8 januari wordt opgesteld naar aanleiding van het 'concept-besluit energiebesparing huishoudelijke koel- en vriesapparatuur' dat in 1992 door Nederland werd voorgelegd aan de Europese Commissie. Dit concept-besluit blijkt op EG-niveau nog niet tot resultaat te leiden en daarom overweegt de Minister van Economische Zaken vooruitlopend op EG-besluiten de invoering van nationale regelgeving voor energie-efficiëntere huishoudelijke koel- en vriesapparatuur.

De Raad heeft in het algemeen een voorkeur voor internationale regelingen wanneer kwalitatieve eisen worden gesteld als voorwaarde voor het op de markt brengen van producten. Dit vanwege de grotere effectiviteit van een regeling op EG-niveau, het handhavingsaspect en het Verdrag van Rome, dat uitdrukkelijk handelsbeperkende maatregelen en belemmeringen verbiedt. De Raad adviseert de overheid krachtig te streven naar regelgeving op EG-niveau. Als invoering van een EG-regeling binnen vier of vijf jaar echter niet lukt, dan acht de Raad het, gezien het aandeel van genoemde apparatuur in het totale huishoudelijke elektriciteitsverbruik wenselijk dat nationale regelgeving wordt voorbereid. Dit zal in nauwe samenwerking met de branche-organisaties moeten gebeuren. Middels overleg met lidstaten die ook neigen naar invoering van efficiëntie-eisen voor koel- en vriesapparatuur zou invoering op grotere schaal kunnen worden bereikt. Tenslotte adviseert de Raad de overheid om na te gaan in hoeverre via de Wet Energiebesparing Toestellen nog nationale wetgeving mogelijk is na het Verdrag van Maastricht.

In het NMP2 worden de Wet Milieubeheer, de Wet Energiebesparing Toestellen en de Woningwet genoemd als Kaderwetten die regelgeving mogelijk maken. Er zal de komende planperiode een inventarisatie worden gemaakt van mogelijke en zinvolle regelgeving voor de verschillende sectoren.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1993