Groep van Negen: een andere organisatie van de energiesector

Berichten uit
1993
Bij de oprichting van de vereniging van distributiebedrijven EnergieNed, in juni 1992, deed Minister Andriessen een oproep aan de energiesector om tot een nadere gedachtenwisseling te komen over de vraag hoe meer samenhang tot stand kan worden gebracht in de sector. Vooraanstaande mensen van de Sep, de energiedistributiebedrijven verenigd in EnergieNed, de vier elektriciteitsproductiebedrijven en de Gasunie, onder voorzitterschap van de Directeur-Generaal Energie van EZ, kwamen vervolgens op persoonlijke titel bijelkaar. Zij bespraken als zogenoemde Groep van Negen de verschillende ontwikkelingen en knelpunten die zich nu en in de toekomst kunnen voordoen in de energiesector. In maart 1993 publiceert de Groep van Negen haar gedachtengoed en aanbevelingen in het rapport 'Gezamenlijkheid in eigenheid'. Hierin wordt teruggekeken op de gebeurtenissen die resulteerden in de totstandkoming van de Elektriciteitswet 1989. Voorts wordt de gang van zaken sinds de scheiding van productie en distributie van energie geschetst en worden nieuwe belangrijke trends zoals internationalisering, toename van het warmte/kracht-vermogen, de veranderende rol van de nutsbedrijven en de ontwikkeling van de wereldenergieprijzen beschreven, met de bijbehorende mogelijke consequenties. De Groep van Negen doet een aantal aanbevelingen. Ten aanzien van de lange-termijnplanning van het centraal productievermogen is grotere betrokkenheid van de distributiesector gewenst. De Groep wil een nauwere samenwerking en meer evenwicht tussen de productie- en distributiebedrijven bewerkstelligen. Het huidige systeem van pooling van kosten dient geëvalueerd te worden op effectiviteit. Tarieven 'op maat', aangepast aan de bedrijfsvoering van de zeer grote energieafnemers zijn gewenst. Internationale vraagstukken, milieu en energiebesparing vragen om een gebundelde aanpak van beleid en uitvoering. In deel drie zal nader worden ingegaan op de ontwikkelingen aangaande de organisatie van de energiesector.

Ondertussen zijn als resultaat van de rapportage initiatieven ontplooid die de hoofdlijnen van de gedane aanbevelingen volgen. Zo werken EnergieNed, Gasunie en Sep aan een Integraal Milieuplan voor de Energiesector, IMES. Daarbij wordt gepoogd de afzonderlijke projecten op elkaar af te stemmen en sectoroverschrijdende vraagstukken als centrale of decentrale elektriciteit en elkaar overlappende milieuplannen gezamenlijk aan te pakken. De directies van negen distributiebedrijven en twee productiebedrijven presenteren in oktober 1993 samen met Andersen Consulting een gezamenlijke visie op de ontwikkeling van een klantgerichte elektriciteitsmarkt in een Europees perspectief, in het rapport 'Horizon 2000'. Na een schets van de elektriciteitssector in Nederland en de veranderende omgeving formuleert het rapport een nieuw marktmodel waarbij de nadruk wordt verlegd van centrale planning en kostenpooling naar de wensen van de klant binnen een open markt. Het rapport is bedoeld als discussiestuk.

Minister Andriessen geeft bij de beantwoording van kamervragen op 28 mei 1993 te kennen dat naar zijn mening 'het verbod tot import van elektriciteit voor distributiebedrijven niet langer bestaansrecht zou hoeven te hebben mits de voorzieningszekerheid daarmee niet in het geding komt en voorkomen wordt dat Nederland in een situatie van overcapaciteit terecht komt'. Hij geeft de energiesector de opdracht mee het gedachtengoed van de Groep van Negen verder uit te werken en eind 1993 te komen met meer concrete voorstellen voor een nieuwe inrichting van de energiesector. De sector heeft hiertoe adviesbureau McKinsey aangetrokken en zal begin 1994 rapporteren. 


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1993