Advies SER: gebruik agrarische transportbrandstoffen

Berichten uit
1993
Het SER-advies van 16 april betreft het gebruik van biobrandstoffen in het transport. Dit advies is vastgesteld door de Commissie Agrificatie. Agrificatie is een aanduiding voor het ontwikkelen uit landbouwbrandstoffen van niet voedselproducten als smeermiddelen, fosfaatvervangers en afbreekbare plastics. Het SER-advies geeft een overzicht van biobrandstoffen voor transport, de energie- en milieutechnische aspecten ervan, economische kenmerken en een beschrijving van ervaringen elders. De Raad doet vervolgens een aantal aanbevelingen. Gezien het structurele karakter van de energiebesparings- en milieuproblematiek acht de Raad inzet van meerdere duurzame energiebronnen gewenst. De agrarische transportbrandstoffen vormen daarbij een goede optie die evenwel bij invoering op minimaal EG-niveau financiële ondersteuning vereist. De Raad noemt hiertoe een mix van vier instrumenten: vrijstelling in geval van een regulerende energieheffing, behoud van de braaklegpremie bij gebruik van braakliggende gronden voor niet-voedselproductie, een zekere mate van accijnsdifferentiatie en tenslotte een gerichte EG-subsidieregeling. Een aantal proefprojecten kan de ervaring met de inzet van biobrandstoffen in de context van kwesties als het broeikaseffect en smogvorming in en rond steden vergroten en tevens bijdragen aan verbetering van de productie- en distributietechniek van agrarische transportbrandstoffen. Het SER-advies is opmerkelijk gezien het feit dat meerdere studies concluderen dat ten aanzien van het gebruik van biobrandstoffen voor transport geen sprake is van een milieuvoordeel ten opzichte van fossiele brandstoffen.

Op 24 december stuurt Minister Bukman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij mede namens EZ en VROM de notitie Agrificatie naar de Tweede Kamer. Het standpunt van de overheid over specifiek biobrandstoffen bij transport wordt tegelijk per brief bekend gemaakt bij de SER. De overheid meent dat de energie- en milieuvoordelen van het gebruik van biobrandstoffen in het verkeer onvoldoende, of nog onvoldoende, duidelijk zijn om de toepassing algemeen te stimuleren. Kansrijke proefprojecten worden wel gesteund om meer inzicht te krijgen in de lokale milieuvoordelen en technische knelpunten. Op EG-niveau zal gestreefd worden accijnsvrijstelling voor deze proefprojecten te bewerkstelligen en belemmeringen in wet- en regelgeving voor specifiek deze energiebron tegen te gaan. Ook de Vervolgnota Energiebesparing van december stelt dat de inzet van biobrandstoffen voor transport momenteel weinig energetische en milieuvoordelen biedt tegen relatief hoge kosten. Voor bioteelt ten behoeve van elektriciteitsopwekking zijn er overigens wel mogelijkheden.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1993