Eindrapport EZ evaluatie energiebeleid

Berichten uit
1993
In juni 1993 verschijnt een door EZ verrichte tussenevaluatie die betrekking heeft op het energiebeleid. Even ter herinnering, in het NMP-Plus en de Nota Energiebesparing worden twee doelstellingen nagestreefd: ten eerste een reductie van de CO2-emissies in 2000 ten opzichte van 1989/1990 met 3 tot 5%, ten tweede een verbetering van de energie-efficiëntie met 20% in 2000 ten opzichte van 1989/1990. EZ stelt in de tussenevaluatie dat de CO2-getallen de absolute doelstelling vormen, en dat de 20% efficiëntieverbetering een afgeleide is van de CO2-doelstelling. In de tussenevaluatie onderzoekt EZ of de lage CO2-doelstelling van 3% reductie kan worden bereikt. De 5% acht EZ alleen mogelijk in geval van verdergaande internationale ontwikkelingen.

De resultaten van het beleid worden door EZ volgens drie benaderingen geëvalueerd. Ten eerste wordt gerefereerd aan de door Bureau Berenschot uitgevoerde actualisering van haar evaluatie uit 1992. Berenschot stelt dat voor het bereiken van de doelstelling in 2000 een besparing van 600 PJ middels efficiëntieverbetering gerealiseerd moet worden. Met het bestaande beleid zal volgens het onderzoek driekwart van de doelstelling bereikt worden. Ten tweede heeft EZ zelf een zogenaamde bottum-up analyse uitgevoerd waarin per doelgroep per maatregel wordt berekend wat vermoedelijk, in petajoules, het besparingseffect zal zijn. Daarin wordt uitgegaan van een benodigde efficiëntieverbetering van 690 PJ en een gematigde stijging van de energieprijzen. Aangenomen dat de afspraken in het kader van het MAP en de convenanten volledig worden nagekomen, de energieprestatienorm snel wordt ingevoerd en de budgetten voor het besparingsbeleid op hetzelfde niveau blijven, blijkt uit de analyse dat rond 85% van de beoogde besparing in beeld is. Dit komt overeen met een jaarlijkse efficiëntieverbetering van 1,8%. De benadering geeft een iets optimistischer beeld dan de modelmatige berekeningen uitgevoerd in het kader van de MV3 door RIVM/CPB/ECN. Met hun top-down benadering komen zij uit op een efficiëntieverbetering van 1,6% per jaar. Het verschil is deels te verklaren door de gebruikte scenario's, toerekeningskwesties en de gehanteerde definitie van bestaand beleid. Verder werken in de methodiek van RIVM/CPB/ECN prijseffecten sterker door.

In alle evaluaties worden de doelstellingen met betrekking tot de brandstofmix, de inzet van duurzame bronnen en de energiewinning uit afval ruimschoots gehaald. Bij delen van de industrie, de gebouwde omgeving, en vooral het transport lijken zich achterstanden voor te gaan doen.

EZ concludeert op grond van de evaluaties dat de doelstelling van ruim 2% efficiëntieverbetering kan worden gehaald mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan en op sommige punten het beleid verder wordt geïntensiveerd en uitgebreid. Dit zal in de Vervolgnota Energiebesparing worden uitgewerkt.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1993