Investeringsplan Shell: 'Per+'

Berichten uit
1993
Op 19 januari 1993 maakt Shell de beslissing voor een omvangrijk investeringsprogramma bekend, genaamd Per+, voor de Shell raffinaderij in Pernis. De totale kosten van het plan bedragen 4 mld gulden. Hiervan gaat bijna 1 mld naar het opknappen en milieuvriendelijker maken van bestaande installaties (over een periode van 10 jaar) en 3 mld naar nieuwe installaties (die in 1997 klaar moeten zijn). Ook wordt bekend gemaakt dat de hyconinstallatie die in 1989 voor 1,2 mld werd gebouwd (totaal werd toen 2,5 mld geïnvesteerd) na een aanpassingsinvestering van 40 mln en twee jaar vrijwel stilstand weer in gebruik is genomen. Een bijzonder aspect van Per+ is dat het totale milieubeeld, voordat het bedrijf de investeringsbeslissing nam, al uitgebreid met het bevoegd gezag en andere belanghebbenden is doorgesproken. Shell heeft de vergunningverlener gevraagd met het hele plan van aanpak op hoofdlijnen in te stemmen.

De investeringen in Per+ betreffen met name een nieuwe kraakinstallatie en een olieresiduvergasser. De olievergasser levert gas voor een 115 MWe warmte/kracht-installatie en voor een waterstoffabriek. De waterstof kan weer gebruikt worden in de hydrocracker en in specifieke ontzwavelingsinstallaties. Het vergassen van residuale olie voor energiewinning is redelijk uniek in de wereld. Wereldwijd is er sprake van 5 andere projecten waarvan 4 met het Texacoproces in Italië en 1 met het Shellproces in Finland. December 1993 kondigt Shell aan dat er een contract getekend is met Air Products voor de levering van de zuurstof die de vergassers nodig hebben. Om dit gas te kunnen leveren zal Air Products ongeveer 200 mln gulden investeren in zijn installatie in Rozenburg. In Per+ is extra capaciteit opgenomen voor het verwijderen van zwavel uit raffinaderijgassen, en het winnen van de pure zwavel met zo min mogelijk SO2 uitstoot naar de lucht. Wordt in 1993 al 38% van de zwavel uit de olieproducten gehaald, na 1997 zal dit door Per+ 73% zijn.

Nerefco knapt in 1993 de katalytische kraker op en bouwt een MTBE, een MethylTetraButylEther-fabriek met een capaciteit van 1500 vaten per dag (v/d). De MTBE is nodig indien meer loodvrije benzine gemaakt moet worden. De totale investering is 250 mln gulden. Bij Kuwait Petroleum worden de Clausfabrieken opgeknapt teneinde de SO2-uitstoot terug te dringen. De ESSO-raffinaderijen bouwen momenteel een hydrocracker met een capaciteit van 40.000 v/d, een investering van bijna 400 mln. Een hydrocracker maakt uit een zware gasolie met veel zwavel, lichte ontzwavelde producten zoals nafta, kerosine en laagzwavelige dieselolie. Volgens de planning moeten alle projecten in 1994 af zijn.


Terug naar thema Olieproducten en raffinaderijen 1993