Brandstofcellen

Berichten uit
1993
In een brandstofcel vindt in tegenstelling tot conventionele omzetting van fossiele bronnen geen verbranding in vlammen plaats. In plaats van warmte, die via een generator wordt omgezet in elektriciteit, komt in de brandstofcel direct elektriciteit vrij. Er vindt een omzetting plaats van waterstof en zuurstof tot water. De benodigde waterstof voor dit systeem kan bijvoorbeeld uit kolen of aardgas worden gevormd. De brandstofcel kan gebruikt worden voor zowel gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte, als voor solitaire elektriciteitsproductie. Het voordeel van de brandstofcel ten opzichte van andere installaties is het naar verwachting hoge elektrisch rendement en de veel lagere NOx-emissie.

In februari wordt bij ECN de testinstallatie voor brandstofcelstapelingen in bedrijf genomen met een vermogen van 1,3 kW. Later in het jaar vindt opschaling plaats tot 10 kW. In mei bestelt EnergieNed samen met 6 distributiebedrijven bij Brandstofcel Nederland B.V. (BCN, een joint venture van Stork N.V., Koninklijke Schelde Groep B.V. en ECN) 2 gesmolten-carbonaat brandstofcellen (MCFC). De systemen hebben een omvang van respectievelijk 50 kW en 250 kW en werken op aardgas. In juni bestelt Sep een 250 kW MCFC-systeem, gevoed met kolengas. Dit systeem wordt gekoppeld aan de KV-STEG eenheid van Demkolec in Buggenum.

Eind september verwerft BCN het alleenrecht voor de productie van MCFC's in West-Europa.

PGEM besluit om begin 1995 samen met het Deense ELSAM een demonstratie project te starten voor de SOFC (Solid Oxide Fuel Cell). De warmte van deze installatie zal geleverd worden aan het stadsverwarmingssysteem van Duiven/Westervoort.


Terug naar thema Techniek en onderzoek 1993