Bodemsanering terreinen oude gasfabrieken

Berichten uit
1994
De PNEM besluit in 1994 tot het saneren van elf gasfabrieksterreinen in Noord-Brabant. Het betreft terreinen binnen het verzorgingsgebied van de PNEM. De komende vier jaar wil PNEM 50 miljoen gulden besteden aan de bodemsanering. In eerste instantie lijkt het erop dat de bodemsanering gedeeltelijk door een bijdrage uit de MAP-gelden zal worden gefinancierd. Uit antwoord van de minister op kamervragen blijkt dat de bodemsanering toch betaald zal worden uit het bedrijfsresultaat. De PNEM vormt met haar besluit een uitzondering op de distributiesector, het is het enige bedrijf dat de aanbevelingen van de commissie Welschen over bodemsanering overneemt. Deze commissie deed in 1993 in haar rapport 'Saneren of stagneren' de aanbeveling dat energiebedrijven zelf de vervuilde terreinen rond voormalige gasfabrieken zouden moeten verzorgen en bekostigen, niet omdat ze dat wettelijk verplicht zijn, maar als een soort van morele plicht. EnergieNed wijst het standpunt dat de distributiesector een structurele financiële bijdrage moet leveren aan de bodemsanering van de vervuilde terreinen af. De bodemsanering van de 234 gasfabrieksterreinen zou ongeveer 4 miljard gulden kosten. In 1994 wordt de Wet bodembescherming uitgebreid met het eerste deel van een saneringsregeling, ter vervanging van de Interimwet bodemsanering. Een bijdrage van de distributiesector wordt daarin niet expliciet vermeld.

Terug naar thema Energiedistributie 1994