Stroomstoring op de Veluwe leidt tot gang naar de rechter
|
Berichten uit 1994
|
In 1994 vindt in SER-verband overleg plaats tussen de distributiesector
en de Consumentenbond, als vertegenwoordiger van de consument. Onderwerp
van discussie vormen de nieuwe algemene leveringsvoorwaarden voor Gas,
Elektriciteit, Warmte en Drinkwater. Over alle onderdelen wordt
overeenstemming bereikt met uitzondering van een zinsnede uit de
voorwaarden. Deze luidt: 'het bedrijf is jegens de aanvrager of
verbruiker niet aansprakelijk voor schade aan personen of zaken ten
gevolge van onderbreking van levering'. Op grond van deze zinsnede acht
de distributiesector zich niet aansprakelijk voor de schade bij
particulieren en bedrijven als gevolg van een stroomstoring. De
Consumentenbond heeft hier moeite mee. In het najaar doet zich een
stroomstoring voor op de Veluwe, als door een technische storing een
verdeelstation bij Ede ontploft. Het betreft het verzorgingsgebied van
distributiebedrijf NUON. De stroomstoring is voor de Consumentenbond
aanleiding om de distributiesector voor de rechter te dagen. De sector
vraagt om uitstel, om een verweer op te kunnen stellen. Dit betekent
vertraging van het proces, waardoor de rechter pas in 1995 uitspraak zal
doen.
In 1994 verschijnt een studie in opdracht van het Rathenau Instituut met
de titel ' Stroomloos'. Daarin wordt gesproken over de zogenaamde
kwetsbaarheidsparadox. De Nederlandse elektriciteitsvoorziening is zeer
betrouwbaar, daardoor houden we steeds minder rekening met het uitvallen
van deze belangrijke voorziening, waardoor een storing juist extra hard
aankomt. De studie bekijkt met behulp van een verstoringsscenario de
invloed van een stroomstoring op de verschillende maatschappelijke
sectoren, zoals bedrijven, huishoudens en openbare diensten. Verder
wordt gekeken naar de gevolgen voor de verschillende onderdelen van onze
infrastructuur: telecommunicatie, transport, de voorziening van gas,
water en elektriciteit enz. De economische schade van een stroomstoring
voor verschillende sectoren wordt weergegeven en is daarbij gerelateerd
aan de duur van de storing. Er worden aanbevelingen gedaan die
gezamenlijk een samenleving beter in staat moeten opstellen een
stroomstoring op te vangen.
Terug naar thema
Energiedistributie 1994