Elektriciteitsplan 1994-2005 en aankondiging moratorium warmte/kracht |
Berichten uit 1994 |
Voor deze planperiode gaat de Sep uit van een groei van het BNP met 2% per jaar en een ten opzichte van het vorige plan iets lagere groei van het totale elektriciteitsverbruik, met 1,9% per jaar. Sep gaat er gezien de intensieve stimulering door overheid en distributiesector tot energiebesparing van uit dat het niveau van elektriciteitsbesparing aanmerkelijk hoger ligt dan bij een autonome ontwikkeling het geval zou zijn geweest. Daarnaast wordt onder andere rekening gehouden met ontwikkelingen van intensiteiten per sector, nieuwe toepassingen en gedragsaspecten. Op grond van bovenstaande zal in 2004 het benodigde centrale vermogen 15700 MW bedragen en de elektriciteitsvraag ruim 100 TWh. Voor het totaal opgestelde decentrale vermogen wordt een toename verwacht tot 5648 MW in 2004. De bijdrage van decentrale opwekking aan het voorzien in de landelijke elektriciteitsvraag zal in 2004 24% bedragen tegenover 16% in 1991. Voor windenergie geeft Sep een verwachting aan van 550 MW in 2000, de overheidsdoelstelling van 1000 MW in 2000 zou pas in 2004 worden bereikt.
Gezien de dreigende problemen door ontwikkelingen in het warmte/kracht-vermogen, stelt Sep in dit E-plan dat overleg tussen de productie- en distributiesector dringend gewenst is. In overleg zou een terughoudend en selectief beleid gevoerd moeten worden, waarbij die projecten worden gerealiseerd, die het meest bijdragen tot zowel energiebesparing als tot zo laag mogelijke kosten. Sep besluit in de huidige situatie dat alleen die warmte/kracht-projecten doorgang zullen vinden waar gezien de warmtelevering geen uitstel meer mogelijk is. Bovendien wordt waar mogelijk gekozen voor een gefaseerde uitvoering.
Het E-plan besluit uiteindelijk tot de volgende maatregelen en acties:
Voor de nieuwe planjaren, 2002-2004, voorziet de Sep bij de huidige prognose en plannen dan nog een benodigd vermogen van 3200 MW. Een besluit over invulling van dit vermogen is in dit E-plan nog niet genomen. Voor een achttal centrales wordt wel het tijdstip van buitenbedrijfstelling voorlopig uitgesteld. Zo kan een nadere afweging en prioriteitsstelling plaatsvinden over nieuw warmte/kracht-vermogen vanaf 2002.
Op 10 februari kondigen Sep en EnergieNed gezamenlijk een bezinningsperiode af vanwege het dreigende overschot aan productievermogen. Tot 1 oktober 1994 zullen geen nieuwe verplichtingen meer worden aangegaan voor de bouw van productiecapaciteit, centraal of decentraal. Het initiatief wordt bekend als het moratorium op warmte/kracht.
De Stichting Natuur en Milieu (SNM) stuurt naar aanleiding van het E-plan een brief naar een aantal leden van de Tweede Kamer. SNM acht het uitgangspunt in het E-plan over een hogere economische groei en een daarmee samenhangende groei van de elektriciteitsvraag en de veronderstelling dat energiebesparing leidt tot een groei van de elektriciteitsvraag onjuist. De Sep zou een budget moeten reserveren om daar te investeren waar de kosten van elektriciteitsbesparing lager liggen dan de productie van een gelijke hoeveelheid elektriciteit. SNM mist ook een verkenning van de optie waarbij nieuw warmte/kracht-vermogen oud kolenvermogen en kernenergievermogen vervangt. SNM is samen met andere milieu-organisaties gekant tegen de verlengde bedrijfsduur van de centrale te Borssele en wijst tenslotte op de mogelijk negatieve effecten van hoogspanningsleidingen op de gezondheid.
De minister van EZ keurt op 11 juli 1994 het E-plan 1995-2004 goed. In
november wordt door de nieuwe leden van de Tweede Kamer gediscussieerd
over de verlengde bedrijfsduur van de kerncentrale Borssele. Dit leidt
tot een herziene toetsing van het E-plan aan de Elektriciteitswet 1989.
Besloten wordt de goedkeuring voor de verlengde bedrijfsduur in te
trekken. De Sep ontvangt hiervoor financiële compensatie.
Dossiers
Moratorium warmte/kracht - 1995 (94 kB)