Langdurige opslag van kolenreststoffen gaat niet door
|
Berichten uit 1994
|
Kolenreststoffen komen na de verbranding van steenkool vrij in de vorm
van vliegas en bodemas. Deze stoffen worden tot nu toe hergebruikt bij
de productie van onder andere kunstgrind, asfalt en beton, in de
cementindustrie en in de gipskartonindustrie. Voor de korte en
middellange termijn verwacht de Sep een gunstige afzetmarkt voor de
kolenreststoffen. Toch werd in 1987 door de elektriciteitssector de
Stuurgroep Langdurige Opslag Kolenreststoffen (LOKO) opgericht. Gezien
het belang van de zekerstelling van de continuïteit van de
elektriciteitsvoorziening werd voldoende opslagcapaciteit voor
kolenreststoffen noodzakelijk geacht. De stuurgroep heeft onderzoek
gedaan naar mogelijke locaties voor opslag van de kolenreststoffen.
Verschillende locaties komen in aanmerking, waaronder Harlingen, de
Eemsmond in Groningen en Nieuw Vossemeer/Steenbergen in NoordBrabant.
Echter, men stuit op lokaal verzet, niet iedere gemeente is blij met de
opslagfaciliteit voor stoffen die mogelijk schadelijk zijn voor het
milieu.
Uiteindelijk besluit Sep in 1994 af te zien van de bouw van een
opslagplaats voor kolenreststoffen of bouwstoffen, zoals deze
tegenwoordig aangeduid worden. Er wordt een contract gesloten met een
bouwbedrijf, dat de stoffen zal afnemen.
Terug naar thema
Elektriciteitsproductie 1994