Gezamenlijke visie op ontwikkeling van de elektriciteitsvoorziening |
Berichten uit 1994 |
In de gezamenlijke visie komen de partijen tot één uitgangspunt voor de elektriciteitsvoorziening: 'deze moet zich richten op de levering van de benodigde elektriciteit tegen zo laag mogelijke kosten voor de klant, daarbij rekening houdend met maatschappelijke randvoorwaarden, zoals betrouwbaarheid van de voorziening, brandstoffenbeleid en de beïnvloeding van het milieu'.
Het bureau McKinsey ondersteunde de sector in het denkproces. In haar rapport 'het verzekeren van een passende elektriciteitsvoorziening voor de toekomst' constateert McKinsey dat de Nederlandse elektriciteitsprijzen relatief laag zijn. Dit ligt naast lage brandstofkosten ook aan de efficiënte bedrijfsvoering, optimalisering van de opwekking en de benutte schaalvoordelen in de distributie. Het bureau geeft niettemin een aantal mogelijkheden voor verbetering in de productie en distributie. Echter, ook wordt gewezen op het risico van verslechtering van het huidige kostenniveau bij de realisering hiervan. De sector gaat in haar visie uit van het 'samengesteld marktmodel', omdat zij verwacht dat de na te streven integratie van enerzijds meer kostenprikkels en marktwerking en anderzijds het behoud en de uitbreiding van schaalvoordelen met dit model bereikt kan worden. Voor de lange termijn wordt een achttal hoofdlijnen geformuleerd:
De weg naar een nieuw stelsel voor de elektriciteitsvoorziening, waarin deze hoofdlijnen zijn verwerkt, moet naar de mening van de sector voorzichtig, zorgvuldig en stapsgewijs worden bewandeld. De sector acht een wijziging van de Elektriciteitswet 1989, die in 1995 wordt geëvalueerd, niet nodig. Wel zal een eerste stap gezet worden richting een nieuw stelsel, met de gewijzigde tariefstructuur per 1 januari 1995. Na 1995 zal de sector de visie verder uitwerken, waarbij de uitkomsten van de herziening van de Elektriciteitswet worden meegenomen.
In een eerste reactie op de gemeenschappelijke visie van de sector
stellen de Vereniging Krachtwerktuigen en SIGE het te betreuren dat
alleen binnen de sector overleg is gevoerd over de organisatie van de
elektriciteitssector, betrokkenheid van de industrie was op zijn plaats
geweest. Het uitgangspunt van de sector en de meeste hoofdlijnen voor de
lange termijn worden door de twee organisaties onderschreven. Echter,
met de introductie van een gezamenlijke stroomhandelaar hebben
Vereniging Krachtwerktuigen en SIGE moeite, naar hun mening is er geen
behoefte aan een geïnstitutionaliseerde stroomhandelaar. Verder is het
voor de industrie onverteerbaar dat de hoofdlijnen uit de visie voor de
korte termijn resulteren in een ontmoedigingsbeleid van warmte/kracht.
In 1995 zal een gezamenlijke uitgebreidere notitie verschijnen.