Energie, meerjarenafspraken en de Wet Milieubeheer |
Berichten uit 1994 |
De circulaire maakt inhoudelijk onderscheid in twee groepen, de
MJAbedrijven en de niet-MJA-bedrijven. Van de eerste groep is de
energiebesparingsdoelstelling van de branche en het individuele bedrijf
bekend middels een bedrijfsenergieplan. Novem beoordeelt of dit plan de
doelstellingen en vastgelegde maatregelen uit het MJA ook nakomt, en
geeft een advies. Voldoet een bedrijf niet aan de MJA-vereisten, dan
wordt dit bedrijf behandeld als niet-MJA-bedrijf. Voor deze tweede groep
is meer inspanning vereist van aanvrager en bevoegd gezag. Is voor de
behandeling van een aanvraag meer inzicht nodig in het energiegebruik en
de energiebesparingsmogelijkheden, dan kan een onderzoeksverplichting
worden opgelegd. De overheid adviseert deze verplichting in beginsel
alleen op te leggen bij bedrijven met een energiegebruik van meer dan
170.000 m3 gas en 100.000 kWh elektriciteit. Wanneer het
bevoegd gezag oordeelt dat aan de vergunning een voorschrift ten aanzien
van het energiegebruik verbonden moet worden, dan kan dat door
doelschriften, middelvoorschriften of een combinatie van beide. De
rijksoverheid geeft aan dat voor de kennisopbouw en uitvoering een
tijdelijke ondersteuning geboden zal worden. Door Novem is daartoe het
Bureau Energie in de Milieuvergunning opgericht. De circulaire is van
kracht tot 1 januari 1997.