Studie KWW: 'Toeleverende industrieën en de energiesector' |
Berichten uit 1994 |
In de studie staat de clusteranalyse volgens de theorie van Porter
centraal. Eerst wordt een analyse gemaakt van alle toeleverende
sectoren. Het blijkt dat deze groep een jaarlijkse omvang van 6,4
miljard gulden heeft. Binnen de groep van toeleveranciers worden 17
energieclusters geïdentificeerd, waaronder rookgasreiniging,
offshore installaties en uraniumverrijking. Vervolgens wordt de
clustervorming binnen de terreinen duurzame energie en energiebesparing
geanalyseerd. Deze groep heeft een jaarlijkse omzet van 3,2 miljard
gulden. In totaal worden hier 6 clusters gespecificeerd: Warmte/kracht,
HR-ketels, isolatie, zonneboilers, windturbines en energiezuinige
verlichting. Vervolgens wordt mede door case-studies gezocht naar
verklaringen voor de aan- of afwezigheid van toeleverende sectoren in
Nederland. Daarbij wordt een indeling gemaakt naar drie productgroepen,
afhankelijk van de mate waarin sprake is van een wereldwijde markt.
Geconstateerd wordt dat de thuismarkt een bepalende factor is voor de
keuze van de thuisbasis. Het Nederlandse energiebeleid heeft tot nu toe
een geringe stimulerende invloed gehad op het ontstaan van
energieclusters. Het beleid is sterk gericht geweest op de Nederlandse
situatie, waardoor bedrijven zich soms door normen moesten ontwikkelen
in een andere richting dan omringende landen. Dit betekende soms verlies
van een eventuele positie op de exportmarkt. Nederland blijkt altijd een
restrictief beleid te voeren ten aanzien van de bescherming van
nationale industrieën en meer dan andere landen internationale
richtlijnen strikt na te leven. Nederland kent een breed
georiënteerd energiebeleid dat soms versnippering van inspanningen
en middelen tot gevolg heeft. Gesteld wordt dat ook in Nederland het
ontstaan van industriële clusters kan worden gestimuleerd.
Aanbevolen wordt die energieproducten te bevorderen waarbij Nederland
een redelijke kans heeft om als thuisbasis te fungeren. Daarbij kan het
huidige beleid zich meer dan nu beperken tot een aantal kansrijke
technologieën, dat wil zeggen een speerpuntenbeleid. Deze
technologieën zouden meer moeten worden ondersteund dan nu het geval
is.