Biovergasser |
Berichten uit 1994 |
De voorstudie wordt in december 1994 afgerond. In de regio blijkt voldoende biomassa aanwezig te zijn om een geïnstalleerd vermogen van 30 MWe te voeden. Hiervoor is jaarlijks ongeveer 125 kiloton biomassa nodig. In eerste instantie zal de biovergasser worden gevoed met resthout uit bossen en plantsoenen (dunningshout, snoeihout) en bouw- en sloophout. Later kan ervaring worden opgedaan met het bijstoken van andere biobrandstoffen. Voor de keuze tussen twee varianten voor het basisontwerp, een atmosferische- en een drukvergasser (20 bar), is nog aanvullend onderzoek nodig. De procedure voor een Milieu Effect Rapportage is al gestart. Bij deze MER worden vier mogelijke locaties meegenomen. De demonstratie-eenheid moet voor 1998 operationeel zijn.
Toepassing van biomassaprojecten kan vertraging oplopen indien strenge
eisen worden gesteld aan emissies of verlening van vergunningen. Het is
op dit moment nog niet duidelijk of voor biomassaconversie de
emissienormen voor elektriciteitscentrales of de strengere normen voor
afvalverbrandingsinstallaties moeten worden gehanteerd.