Biovergasser

Berichten uit
1994
In september 1993 besloten de Provincie Noord-Holland, het PEN en ECN een voorstudie te laten verrichten voor de bouw van een vergasser van biomassa voor de productie van elektriciteit. De studie zou moeten resulteren in een basisontwerp voor een geïntegreerde biovergasser-STEGeenheid van 20 MWe, een keuze voor een locatie en een advies betreffende de te gebruiken organische afvalstromen. Het onderzoek is begeleid door een stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de Provincie NoordHolland, elektriciteitsproductiebedrijf UNA, Sep, Vereniging van Afvalverwerkers VVAV, het PEN en ECN.

De voorstudie wordt in december 1994 afgerond. In de regio blijkt voldoende biomassa aanwezig te zijn om een geïnstalleerd vermogen van 30 MWe te voeden. Hiervoor is jaarlijks ongeveer 125 kiloton biomassa nodig. In eerste instantie zal de biovergasser worden gevoed met resthout uit bossen en plantsoenen (dunningshout, snoeihout) en bouw- en sloophout. Later kan ervaring worden opgedaan met het bijstoken van andere biobrandstoffen. Voor de keuze tussen twee varianten voor het basisontwerp, een atmosferische- en een drukvergasser (20 bar), is nog aanvullend onderzoek nodig. De procedure voor een Milieu Effect Rapportage is al gestart. Bij deze MER worden vier mogelijke locaties meegenomen. De demonstratie-eenheid moet voor 1998 operationeel zijn.

Toepassing van biomassaprojecten kan vertraging oplopen indien strenge eisen worden gesteld aan emissies of verlening van vergunningen. Het is op dit moment nog niet duidelijk of voor biomassaconversie de emissienormen voor elektriciteitscentrales of de strengere normen voor afvalverbrandingsinstallaties moeten worden gehanteerd.


Terug naar thema Techniek en onderzoek 1994