Reorganisaties in de distributiesector |
Berichten uit 1995 |
Sinds 1 januari 1995 is de fusie tussen het GEB Rotterdam, Gemeenschappelijk Energiebedrijf Zuid-Holland West en Regionaal Energiebedrijf Dordrecht een feit. De drie bedrijven werken nu samen onder de naam Eneco. Ondertussen heeft Eneco samenwerking gezocht met Energiebedrijf Rijswijk/Leidschendam. De twee gaan via een aandelenruil nauwer samenwerken op het gebied van inkoop van energie, milieumaatregelen en netwerkbeheer. Mogelijk resulteert de samenwerking uiteindelijk in een fusie. Eneco startte dergelijke vormen van samenwerking al met Openbaar Nutsbedrijf Schiedam en Energiebedrijf Midden-Holland in Gouda.
In het voorjaar richten de energiebedrijven Energie Delfland, Energie- en Watervoorziening Rijnland en Nutsbedrijf Westland een samenwerkingsverband met de naam Energie Midwest op, voor de gezamenlijke inkoop van elektriciteit. De samenwerking is een reactie op het per 1 januari 1995 ingevoerde contractstelsel, waarbij elk distributiebedrijf van te voren in een contract met de elektricteitsproducent vast moet leggen hoeveel vermogen zal worden afgenomen in het betreffende jaar. Voor afwijkingen van dit overeengekomen vermogen geldt een boete. Met de gezamenlijke inkoop van elektriciteit wordt het risico van overschrijding of onderschrijding van het vastgestelde vermogen en dus de kans op een boete teruggebracht.
Nieuw is de grensoverschrijdende samenwerking van NV Nutsbedrijf Heerlen met een Duitse collega, Stawag Stadtwerke Aachen. Zij ondertekenen in mei een intentieverklaring waarin wordt vastgelegd dat de bedrijven gaan samenwerken bij de energievoorziening van een grensoverschrijdend bedrijventerrein. In het najaar wordt een vereniging opgericht die een jointventure zal voorbereiden.
Per 1 januari 1996 zal de fusie van vijf Noordhollandse energiebedrijven
doorgang vinden. Onder de naam Energie Noord-West NV gaan de
energiebedrijven Haarlem, Zaanstreek/Waterland en Amsterdam, gasbedrijf
Kop Noord-Holland en het PEN vanaf die datum gezamenlijk verder. Door
onderlinge onenigheid over de sterk varirende omvang van de
winstafdrachten aan aandeelhouders en bezwaren van de Kamers van
Koophandel tegen het feit dat kapitaal van de energiebedrijven
doorgesluisd werd naar de lagere overheden, heeft de fusie circa een
jaar vertraging opgelopen. Gedeputeerde en Provinciale Staten gaan eind
1995 akkoord met de fusie.