Resultaten Milieuplan Industrie gepresenteerd door Gasunie
|
Berichten uit 1995
|
Met het verschijnen van het Nationaal Milieubeleidsplan en de Nota
Energiebesparing kwam energiebesparing weer in de aandacht. Voor de
verschillende doelgroepen werden doelstellingen vastgelegd die
gedeeltelijk met meerjarenafspraken invulling zouden moeten krijgen.
Deze koers van de overheid was voor Gasunie reden om een eigen Milieu
Plan Industrie op te zetten. Immers, de doelgroep industrie was en is
met haar omvangrijke gasvraag (12,5 miljard m
3 in 1994) een
belangrijke afnemer voor de Gasunie. Daarnaast verwachtte Gasunie dat
bedrijven in deze sector ondersteuning zouden willen ontvangen bij het
inventariseren, analyseren en uitvoeren van mogelijke energiebesparende
maatregelen. Het MPI startte in 1991. De aanpak van het MPI is als
volgt. Een bedrijf dat deelneemt aan het MPI werkt gedurende een periode
van 6 tot 18 maanden nauw samen met medewerkers van Gasunie. Op
systematische informatie wordt informatie verzameld over de activiteiten
van het bedrijf. Het energiegebruik en de verschillende
bedrijfsprocessen worden geïnventariseerd en waar nodig worden
opties voor energiebesparing meer nauwgezet bestudeerd. De verschillende
plannen worden uitgewerkt tot concrete projecten, waarin ook duidelijk
aangegeven wordt wat de energiebesparing zal zijn, welke emissies
ontstaan en hoe hoog de kosten liggen. Het bedrijf kan vervolgens tot
uitvoering van bepaalde maatregelen over gaan.
In mei 1995 presenteert Gasunie de resultaten van ruim vier jaar MPI.
Het MPI blijkt een succesvol initiatief te zijn geweest. Ruim 250
grotere industriële bedrijven namen of nemen nog deel aan het MPI.
Onder hen zijn grote concerns als Akzo en Gist Brocades. Belangrijke
maatregelen die bij veel afzonderlijke bedrijven voorkwamen zijn
aanpassing van de droogprocessen, warmteterugwinning, procesintegratie,
inpassing van naverbranders, warmte/kracht en inpassing van
warmtepompen. Op grond van het MPI komt Gasunie tot de conclusie dat er
een technisch besparingspotentieel is van 25%. Circa tweevijfde van de
maatregelen heeft een terugverdientijd die korter is dan drie jaar.
Gasunie zet het MPI de komende jaren voort. Het accent zal enigszins
verschuiven. Conform de behoeften van de deelnemers aan het MPI zullen
meer dan in het verleden detailstudies worden verricht en zal monitoring
van de resultaten extra aandacht krijgen.
Terug naar thema
Energiedistributie 1995