Startnotitie MER voor hoogspanningsverbinding Noorwegen-Nederland

Berichten uit
1995
In 1994 sloten het Noorse elektriciteitsbedrijf Statkraft en de Nederlandse Sep een overeenkomst voor de onderlinge levering van elektriciteit. De voornemens hiertoe waren al in 1991 vastgelegd in een principe-akkoord. Ook in de laatste twee elektriciteitsplannen en in het tweede Structuurschema Elektriciteitsvoorziening werd de import en de daartoe vereiste hoogspanningsverbinding genoemd. Dankzij een grote opslagcapaciteit voor water heeft Noorwegen in perioden met normale neerslag een overschot aan elektriciteit uit waterkracht. Een deel van deze elektriciteit zal vanaf 2001 worden geëxporteerd naar Nederland. Omdat er een garantie is voor levering van elektriciteit in perioden met een hoge piekvraag en in de ochtendpiek, kan het reservevermogen in het eigen land worden verlaagd. Vanuit Nederland zal tevens elektriciteit kunnen worden geleverd aan Noorwegen, vooral 's nachts. Zo wordt de elektriciteitsvoorziening enigszins flexibeler, terwijl de bouw van een conventionele centrale met een vermogen van rond 600 MW in Nederland wordt vermeden. Voor de verschillende activiteiten is een projectteam met de naam NorNedkabel samengesteld. Voor het transport van elektriciteit zal een hoogspanningsverbinding moeten worden aangelegd van Noorwegen naar Nederland. Omdat deze verbinding bij voorkeur door de Waddenzee zal lopen, is een MER-procedure vereist. De door Sep hiertoe opgestelde startnotitie wordt door EZ in augustus 1995 ter inzage gelegd.

De startnotitie geeft als hoofddoelstelling 'de aanleg van een rechtstreekse gelijkstroom hoogspanningsverbinding van Noorwegen naar het hoogspanningsstation Eemshaven van het Nederlandse 380 kV koppelnet.' Bedoeling is om over een afstand van circa 540 kilometer een enkelpolige kabel in te graven in de zeebodem, welke in beide landen wordt aangesloten op een convertorstation. Sep wil drie tracé-alternatieven, die alle in een bestaande vaarroute liggen, in de MER bestuderen en vergelijken op hun milieu-effecten. Aanlanding zou kunnen plaatsvinden bij de Eemshaven, bij Warffum of buiten de Waddenzee op een nader te bepalen lokatie aan de Hollandse kust. Op grond van vooronderzoek gaat de voorkeur van Sep uit naar het tracé met aanlanding in Lauwersoog waarna de verbinding over land naar de Eemshaven gaat. In de MER zal voorts een aantal uitvoeringsvarianten nader bestudeerd worden, zoals methoden voor het ingraven van de kabel en tijdstippen voor het leggen van de kabel.

Negen milieu-organisaties maken in een brief aan vier ministeries gebruik van de mogelijkheid tot inspraak. Zij vinden dat de notitie zich te veel beperkt tot de Waddenzee, ook de Noordzee zou moeten worden meegewogen in de besluitvorming. Daarbij zou het tracé dat buiten de Waddenzee om kan worden aangelegd, de nul-optie, tenminste een even zware behandeling moeten krijgen als de routes door het Waddengebied. Ook het vervolggedeelte van de leiding over land zou moeten worden beschreven in de MER. De cumulatie van verschillende milieu-effecten verdient conform het afwegingskader van de nota meer aandacht. Per tracé zullen de natuurwaarden moeten worden uitgesplitst en onderzocht. Mogelijke effecten van elektromagnetische straling, het vrijkomen van chloor, consequenties van een lager zuurstofgehalte en warmte-effecten op de zeebodem en ecosystemen dienen nader bestudeerd te worden, aldus de milieu-organisaties.


Terug naar thema Elektriciteitsproductie 1995