Stuurgroep doet voorstel tot nieuw stelsel voor elektriciteitssector |
Berichten uit 1995 |
De stuurgroep heeft verschillende stelsels bestudeerd en is het bij het ontwerp van een nieuw stelsel eens geworden over de volgende uitgangspunten:
De stuurgroep stelt voor de huidige vier productiebedrijven en Sep samen te voegen tot één nieuw gemeenschappelijk landelijk productiebedrijf. De distributiebedrijven worden eigenaar van dit landelijke bedrijf. De nu door Sep verzorgde economische en technische dispatch en het transport worden wel verbonden met het nieuwe bedrijf, maar administratief en organisatorisch gescheiden. Dit geldt ook voor het transport en de dispatch vanaf 10 kV. Productie, import en export van elektriciteit zijn vrij. De distributiebedrijven kunnen raamcontracten sluiten met het eigen productiebedrijf, maar kunnen daarnaast ook energie importeren en exporteren. De levering aan afnemers is met uitzondering van de kleinere klanten vrij en wordt geregeld op basis van contracten. De toegang tot het net is vrij voor een ieder en op basis van gelijke voorwaarden. Een onafhankelijke instantie zal er op toezien dat dit ook werkelijk zo gebeurt. Het huidige Elektriciteitsplan wordt vervangen door afzonderlijke dekkingsplannen van distributiebedrijven, die door de overheid worden beoordeeld op een aantal criteria. Verder is inzake de tarieven alleen nog goedkeuring van de overheid vereist voor de captives, de groep afnemers die geen alternatieven heeft. De financiële positie van de distributiebedrijven lijkt goed, voor de verbetering van de financiële positie van het productiebedrijf is nader overleg nodig.
De reacties op de voorstellen zijn divers. De meeste
distributiebedrijven kunnen zich wel vinden in de plannen. De
grootverbruikers van energie verwachten kostenvoordelen en een betere
planning van het centraal vermogen. Vereniging Krachtwerktuigen acht de
financiële structuur van de sector echter onvoldoende. Tegenstanders
zijn NUON, PNEM en Delta, drie distributiebedrijven die gedeeltelijk
eigenaar zijn van de twee productiebedrijven EPON en EPZ. Deze bedrijven
zien juist voordelen in het handhaven van de huidige onderlinge
concurrentie tussen de vier productiebedrijven.