Dumping van de Brent Spar: Greenpeace versus Shell |
Berichten uit 1995 |
Op 18 mei komen de aandeelhouders van Shell in een vergadering bijeen. Zij uiten vooral hun bezorgdheid over de milieusituatie in Nigeria, waar lekkages door oude installaties en sabotage leidt tot aantasting van kwetsbare mangrove- en andere moerasbossen in de Niger-delta. De bezette Brent Spar krijgt weinig aandacht.
De bezetting van de Brent Spar wordt op 24 mei opgeheven, waarna door Shell met voorbereidende sloopwerkzaamheden wordt begonnen.
Op de vierde Noordzee-conferentie op 8 en 9 juni dringt een aantal landen, waaronder Duitsland en Nederland, er bij de Britse overheid op aan de dumpvergunning voor de Brent Spar ongedaan te maken. De Britse overheid wil echter niet terug komen op haar besluit. Het onderwerp krijgt inmiddels volop aandacht in de media en de politiek. Ondanks toelichtingen van Shell op haar besluit tot dumping, beginnen Duitse automobilisten de Shell tankstations merkbaar te mijden en ontstaan half juni in 7 landen boycot-acties. Ook doen zich hier en daar incidenten voor met een wat grimmiger karakter.
Hoewel nog steeds gesteund door de Britse overheid, besluit Shell onder interne en externe druk op 20 juni af te zien van dumping. Het platform zal, in afwachting van de sloop, naar een Noors fjord worden gesleept.
Op de Noordzee zijn ruim 400 platforms en stations geplaatst, waarvan
circa 60 op kortere termijn het lot van de Brent Spar kunnen volgen. Van
het totaal aantal platforms kan ongeveer kan de helft beschouwd worden
als Brits en een kwart als Nederlands.