Milieu-effectrapport proefboringen aardgas Noordzeekust en Ameland

Berichten uit
1995
De NAM is van plan om de komende 5 jaar zes proefboringen te verrichten, verspreid over de Noordzeekustzone en het eiland Ameland. Het gaat om twee zoekgebieden ten noorden van Schiermonnikoog, drie ten noorden van Rottummeroog en één ten zuidwesten van Ameland. Doel van de boringen is om na te gaan of er aardgas in de bodem aanwezig is, en zo ja, of het economisch winbare hoeveelheden betreft. Voor de boringen is een MER vereist. Deze wordt in juli door de NAM gepresenteerd.

Centrale vraag in de MER is of de proefboringen zodanig uitgevoerd kunnen worden dat, met inachtneming van belangen als veiligheid, milieukwaliteit en natuurvoorwaarden, zo weinig mogelijk risico voor het ecosysteem en voor het menselijk medegebruik van de Waddenzee en Noordzeekust ontstaat.

Bij de keuze van een boorlokatie is er enige vrijheid. Het geologische onderzoek met behulp van seismologie levert een beeld op van de ondergrond en de mogelijke gas- of olievoorraad (prospect). De diepte van de prospect is hiermee echter niet precies vast te stellen. Deze onzekerheid heeft tot gevolg dat niet te ver weg van 'recht boven de prospect' geboord moet worden. Voor de in de MER bekeken lokaties ligt de maximale afstand, en dus de lokatiekeuze, op 3,5 kilometer van 'recht boven de prospect'. Vanaf deze lokatie vindt dan een schuine proefboring plaats. Om geen verstoring door baggerwerken te veroorzaken zal aan de Noordzeekust alleen met behulp van een hefeiland in diepe geulen of op zee geboord worden.

De grootste geluidsbron blijkt het affakkelen van gas te zijn. Hoewel affakkelen maar gedurende korte tijd plaatsvindt, zal toch een stiller dubbel fakkelsysteem gebruikt worden. Als de kranen op het hefeiland tegelijk met het boren gebruikt worden, ontstaat wel een geluidsniveau dat hier slechts weinig onder zit. Per saldo zal de 'actieve' recreatie tot 1 kilometer van de boorlokatie (grens 50 dB) hinder ondervinden. Door het meest geschikte seizoen te kiezen kan de hinder voor mensen en vogels echter beperkt worden. Tenslotte wordt in de MER aangegeven dat verontreinigde afvalstoffen voor verwerking aan land zullen worden gebracht.

De MER vermeldt dat in vijf gevallen de voorkeur uitgaat naar de ecologisch minst kwetsbare lokatie. In vier gevallen blijkt deze gelijk te zijn aan de oorspronkelijke boorlokatie, in het vijfde geval wordt gekozen voor een nieuwe lokatie. Bij de zesde lokatie wordt de oorspronkelijke voorkeur gehandhaafd omdat de meest milieuvriendelijke lokatie volgens de nieuwste gegevens te ver van de prospect ligt. Voor en na de exploratieboringen zal een monitoring van het milieu plaatsvinden.

Minister Wijers maakt 13 september bekend dat de NAM een vergunning heeft aangevraagd voor het verrichten van exploratieboringen in dit gebied. Tegelijk hiermee start de inspraakronde voor de MER. Voor de proefboringen in de Waddenzee zal begin 1996 een aparte MER verschijnen.


Terug naar thema Gas- en oliewinning 1995