VN-Conferentie der Partijen in Berlijn bijeen

Berichten uit
1995
Op een bijeenkomst van de EU-landen in Brussel komen deze unaniem overeen dat het noodzakelijk is de uitstoot van CO2 ook na 2000 verder te verlagen. De lidstaten willen op de Conferentie der Partijen gezamenlijk inzetten met een protocol voor aanscherping van het Klimaatverdrag van Rio. Een verklaring hierover wordt afgelegd op 9 maart en duidt op een politieke doorbraak. Desalniettemin lijkt het erop dat de EU-lidstaten zelf de doelstelling van stabilisatie in 2000 op het niveau van 1990 niet halen. In een werkdocument van de Europese Commissie wordt aangegeven dat als de EU-lidstaten niet snel hun CO2-uitstoot verminderen, deze ondanks de doelstellingen en het ingezette beleid in het jaar 2000 met 5 tot 8% zal zijn gestegen ten opzichte van 1990.

De Conferentie der Partijen is de eerste sinds de ondertekening van het Klimaatverdrag in Rio de Janeiro in 1992. In dat Klimaatverdrag werd afgesproken dat OESO-landen en Oost-Europa de uitstoot van broeikasgassen in 2000 zouden moeten stabiliseren op het niveau van 1990. Op de VN-Klimaatconferentie in Berlijn komen 130 landen bijeen om te praten over het Klimaatverdrag en om onder andere een antwoord te vinden op de vraag of de in dit verdrag opgenomen bepalingen toereikend zijn. Na twee weken van vaak moeilijk onderhandelen wordt op 7 april een slotverklaring uitgegeven. In de verklaring is opgenomen dat in de periode tot de tweede conferentie, in 1997 in Japan, 'gekwantificeerde beperkingen en reductiedoelstellingen voor broeikasgassen' zullen worden vastgesteld voor de periode na 2000, gekoppeld aan een tijdsinterval, zoals 2005, 2010 of 2020. Daarmee is bepaald dat de geïndustrialiseerde landen hun emissies ook na 2000 zullen moeten reduceren, zonder dat nu nog duidelijk is over welke termijn en met welk percentage dit zal moeten. Landen als de VS, Japan en de OPEC-landen wilden in eerste instantie niet verder gaan dan stabilisatie van broeikasgassen, ook na 2000. In de verklaring is expliciet opgenomen dat ontwikkelingslanden buiten deze afspraak vallen. Zij krijgen tijd om zich economisch nog verder te ontwikkelen. Verder is overeenstemming bereikt over de invulling van 'joint implementation'. Er zal een nog niet nader aangeduide proefperiode zijn waarin industrielanden en ontwikkelingslanden samenwerkingsprojecten starten op het gebied van technologie, milieu en klimaat. De bereikte verminderde uitstoot van broeikasgassen zal tijdens deze proefperiode nog niet door industrielanden in mindering gebracht mogen worden op de eigen milieuverplichtingen.

De reacties na afloop van de conferentie zijn verdeeld. De Nederlandse overheid is ingenomen met het resultaat, ook al wordt erkend dat het een kleine stap is in relatie tot het grote probleem van klimaatverandering. Het Wereld Natuur Fonds is blij dat in elk geval een tekst gereed is gekomen, Greenpeace daarentegen is ontevreden. Medewerkers van Greenpeace beklimmen gedurende de Klimaatconferentie een schoorsteenpijp van de Hemweg-centrale te Amsterdam, en beschilderen deze met leuzen. Na de actie eist productiebedrijf UNA een vergoeding van Greenpeace voor de opgelopen schade.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1995