Introductieprogramma voor de warmtepomp

Berichten uit
1995
Een warmtepomp kan het temperatuurniveau van warmte ophogen of verlagen tot een voor de gewenste toepassing bruikbaar niveau. De warmte kan worden onttrokken aan bijvoorbeeld ventilatielucht, aan oppervlaktewater of de bodem. Een warmtepomp kan, soms in combinatie met een warmte/kracht-installatie, worden gebruikt voor ruimteverwarming, warm tapwater en koeling, maar ook voor proceswarmte bij industriële toepassingen. De drie belangrijkste typen warmtepomp zijn de elektrische warmtepomp, de gasmotorwarmtepomp en de absorptiewarmtepomp. Elke pomp heeft een eigen schaalgrootte, toepassingsgebied, warmtebron en kostprijs. Gezamenlijk kenmerk is in elk geval het feit dat met warmtepompen een aanzienlijke energiebesparing kan worden bereikt. In de Vervolgnota Energiebesparing is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor de warmtepomp. In 2000 en 2010 zal met warmtepompen een energiebesparing moeten zijn bereikt van respectievelijk 5 PJ en 50 PJ. Op dit moment is de bijdrage van warmtepompen nog marginaal.

Teneinde een grootschalige marktintroductie van de warmtepomp in Nederland te bereiken, is door Coopers & Lybrand in 1994 in opdracht van EZ een Plan van Aanpak opgesteld. Het plan richt zich op de woningbouw, industrie, utiliteitssector en generieke activiteiten. Op basis van dit plan heeft Novem een Programma Warmtepompen geformuleerd, waarvan de uitvoering in 1995 start. Het programma beoogt onder andere het vergroten van de betrokkenheid van leveranciers en installateurs, evenals potentiële gebruikers. Verder wordt gestreefd naar het versterken, operationaliseren en uitwisselen van kennis en ervaringen, onder andere door demonstratieprojecten en voorlichting. Tevens moet een aantal knelpunten in de markt worden opgelost. Voorbeelden van deze knelpunten zijn de zeer geringe bekendheid, het gebrek aan ervaring met warmtepompen bij de installateurs, het ontbreken van serieproductie, de beperkte kennis en de vooralsnog hoge investeringskosten. Ook de fijnmazige gasinfrastructuur en de tariefverhouding van gas versus elektriciteit remt de introductie van warmtepompen.

Met het Besluit Subsidies energieprogramma's (Novem), het Besluit Subsidies EnergiebesparingsTechnieken (tot 1997) en de regeling NEWS wordt het investeren in warmtepompen gestimuleerd. Ook kan een beroep worden gedaan op de VAMIL-regeling en de regeling Groen Beleggen.

Door Novem, NUON, REMU, Eneco, Energie Noord West, EnergieNed en Sep wordt eind 1995 een overeenkomst gesloten voor een gezamenlijk stimuleringsprogramma, waarmee de introductie van de elektrische warmtepomp op Vinex-lokaties zal worden bevorderd. Verder is een werkgroep Warmtepompen Chemische Industrie opgericht, waarin naast Novem ook vertegenwoordigers van grote chemische industrieën zitting hebben. Ook voor de vleesindustrie is een werkgroep warmtepompen operationeel. Voor de agrarische sector en andere sectoren zijn soortgelijke werkgroepen nog in voorbereiding. Overigens is Novem actief betrokken bij het IEA Warmtepompprogramma, waaraan ook Canada, Japan, Oostenrijk, Noorwegen, Verenigde Staten en Zwitserland deelnemen. Het IEA International Heat Pump Centre is gevestigd in Sittard en wordt beheerd door Novem.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1995