Kennis in Beweging, kennis en kunde in de Nederlandse economie |
Berichten uit 1995 |
Enkele maatregelen zijn de verhoging van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk met f. 100 miljoen, de extra ondersteuning van starters op het terrein van de technologie, vereenvoudiging van aanvraagprocedures inzake het Technisch Ontwikkelingskrediet, fiscale stimulansen voor bedrijven die gebruik maken van assistenten in opleiding en het leerlingwezen, oprichting van een Innovatiefonds Technologie en Beroepsonderwijs met jaarlijks f. 15 miljoen en de vergroting van de efficiëntie en effectiviteit van de bestede gelden aan beroepsonderwijs en scholing. Ten aanzien van een beperkt aantal specifieke onderwerpen die internationaal veelbelovend zijn wil het kabinet een aantal technologische topinstituten oprichten. Daartoe wordt structureel 50 miljoen beschikbaar gesteld.
Voor kennisinstituten als TNO en ECN wordt een aantal aparte maatregelen genoemd. De aansturing van de instituten zal meer dan vroeger plaatsvinden via de markt. Bij de invulling van onderzoeksthema's binnen de basisfinanciering zal de overheid rekening houden met de doelstelling van een duurzame economie. Het kabinet stelt dat de positie van Nederland inzake de R&D op universiteiten en de (semi-)publieke sector goed is. Echter, meer dan nu zal de aandacht uit moeten gaan naar thema's die voor het concurrentievermogen van het bedrijfsleven direct van belang zijn. Toepassing van de uitkomsten van onderzoek wordt een belangrijke peiler. De bedrijven en opdrachtgevers dienen daartoe op heldere wijze hun vragen en wensen te formuleren. Samenwerking tussen kennisinstituten en het bedrijfsleven, inclusief de kleinere bedrijven, zal steeds belangrijker worden.
Ten slotte wordt hier genoemd de in de nota aangekondigde start van het ontwikkelingsprogramma Economie, Ecologie en Technologie (EET), dat zich zal richten op veelbelovende technologieën die op een termijn van 5 tot 10 jaar kunnen resulteren in een marktaandeel en milieuvoordeel. Een van de thema's is de reductie van emissies in de sector verkeer en vervoer. Voor de langere termijn zal tevens gekeken worden naar technologieën voor het gebruik van duurzame grondstoffen en duurzame energie. Jaarlijks is f. 45 miljoen beschikbaar.
In een reactie op de nota stelt het Rathenau Instituut dat er bij de
sturing van wetenschappelijk onderzoek ook aandacht moet uitgaan naar
andere dan puur economische motieven. Een primaire rol voor het
bedrijfsleven is prima, maar volgens het instituut zou dit ten koste
kunnen gaan van ander onderzoek, op het terrein van talen, logistiek, producten, diensten en maatschappelijke processen.