Kwaliteitseisen voor bunkerolie moeilijk

Berichten uit
1995
In het najaar van 1995 slaagt de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) er niet in om afspraken te maken over het maximum zwavelgehalte van bunkerolie voor zeeschepen. Bunkerolie voor zeeschepen is relatief hoogzwavelig. De meest gebruikte soort mag maximaal 4,5% zwavel bevatten, al is 3,5% de praktijk. Sommige landen --- zoals de Scandinavische --- hebben reeds strengere zwavelnormen: maximaal 1% zwavelige brandstof bij het varen in de directe kustwateren.

Bij verbranding op volle zee slaat de zwaveldioxyde neer op het zeewater en neutraliseert daar. Hierdoor zijn de effecten minimaal. Daarentegen zijn de gevolgen groter langs de kust. In kustwateren verwaait namelijk een deel van de zwaveldioxyde naar land.

CONCAWE, de technische studiegroep van de Europese olie-industrie, heeft een studie uitgevoerd om de effecten van zwaveldioxyde in het Kanaal en de zuidelijke Noordzee te onderzoeken. Deze studie wijst uit dat aan de directe landrand van dit meest bevaren zeegebied ter wereld de uitstoot van zwaveldioxyde door schepen niet meer is dan 8% van de totale zwaveldioxyde neerslag. Daarentegen is de bijdrage van schepen aan de zure neerslag in de grootste havens (Rotterdam, Europoort en Antwerpen) aanzienlijk groter. CONCAWE stelt dan ook dat het zinvol is om in havengebieden laagzwavelige bunkerolie te verstoken; op zee wegen de extra kosten in redelijkheid niet op tegen de milieuvoordelen op land, aldus CONCAWE.


Terug naar thema Olieproducten en raffinaderijen 1995