Afvalverwerking

Berichten uit
1995
Bij afvalbeleid wordt een aanpak in vier thema's gehanteerd: storten, verbranden (met energieproductie), hergebruik en preventie (de 'ladder van Lansink'). Vanaf 1 januari 1996 zal een algeheel stort- en exportverbod gelden voor brandbaar afval. Verbranden wordt daarmee het laatste vangnet van afval. De huidige capaciteit van de afvalverbrandingsinstallaties (AVI's), goed voor 3 Mton brandbaar afval per jaar, is echter nog niet voldoende om het aanbod van brandbaar afval te verwerken. Tot begin 1997 geldt daarom nog een vrijstelling voor het storten van bepaalde soorten afval. De komende vijf jaar moet de capaciteit van AVI's toenemen tot ongeveer 5 Mton brandbaar afval per jaar, waarbij rekening wordt gehouden met het verwachte dalende aanbod van brandbaar afval. Verder komen enkele AVI's in aanmerking voor modernisatie dan wel vervanging. Vandaar dat nieuwe technieken voor afvalverbranding in de belangstelling staan.

AVI's maken op dit moment gebruik van de roosterverbrandingstechnologie. Het verbrandingsproces vindt plaats op een rooster, dat aan de onderkant wordt aangeblazen met verbrandingslucht. De warmte van dit verbrandingsproces wordt vervolgens benut door het hete rookgas te gebruiken voor de productie van stoom. De stoom kan direct gebruikt worden voor industriële toepassingen, maar wordt tot nu toe veelal indirect gebruikt voor de productie van elektriciteit. AVI's kunnen eveneens ingezet worden voor stadsverwarming. Door de inzet van AVI's in de energievoorziening draagt afvalverbranding niet alleen bij tot een oplossing van het afvalprobleem. Een ander belangrijk voordeel is dat op deze wijze de uitstoot van CO2 en andere milieubelastende componenten door conventionele energieconversieprocessen wordt vermeden.

Landelijk wordt ongeveer 2.000 kg afval per hoofd van de bevolking geproduceerd, waarvan 400 kg huishoudelijk afval en 1600 kg industrieel afval. Het totaal opgesteld elektrisch vermogen van AVI's is 250 MWe. De warmtelevering bedraagt 2,5 PJ. Het gemiddelde rendement van de AVI's is ongeveer 23%, wat neerkomt op een productie van 440 kWh elektriciteit per ton afval.

De KEMA heeft samen met Haskoning een evaluatie uitgevoerd van de technische haalbaarheid van ruim 30 kansrijke technieken voor de verwerking van afval. Criteria voor de selectie van deze technieken zijn divers en kunnen onderling concurrerend zijn. Gekeken is onder meer naar de verwerkingskosten, rookgasemissies, de kwaliteit van reststoffen, de bedrijfsvoering en het energetisch rendement. Voor de komende tien jaar worden als veelbelovende verwerkingstechnieken genoemd: geoptimaliseerde roosterverbranding, pyrolyse gevolgd door verbranding, pyrolyse gevolgd door vergassing, wervelbedverbranding, wervelbedvergassing en een combinatie van scheiden, vergisten en verbranden. Alleen roosterverbranding en wervelbedverbranding zijn bewezen technieken. De verwachting is dat daarom de verwerkingskosten van deze technieken lager zullen zijn dan die van de andere relatief nieuwere technieken. Het energetisch rendement varieert van 12 tot 21%, waarbij roosterverbranding het hoogste uitvalt. Bovendien verwacht men met het roosterverbrandingsproces een rendement te kunnen halen van 27%. De effectscores van bovengenoemde verwerkingstechnieken voor milieugerelateerde criteria zijn vergelijkbaar. Daarom wordt gesteld dat voor de komende tien jaar roosterverbranding de aantrekkelijkste afvalverwerkingstechniek blijft. Voor de verwerking van afvalhout wordt het bijstoken in poederkoolgestookte centrales als een technisch haalbare optie gezien.

In 1995 wordt de AVI-Alkmaar in bedrijf genomen. De nominale capaciteit van deze installatie, die minder dan een half procent aan onverwerkbaar afval overhoudt (200 ton), wordt geschat op 385.000 ton afval; dat is goed voor een elektrisch vermogen van 38 MWe. Er zijn plannen om de AVI in te zetten bij de warmtelevering aan de Vinex-lokatie tussen Heerhugowaard, Alkmaar en Langedijk. Een ander opvallend project is de geplande levering van stoom, geproduceerd door de AVI-Moerdijk, aan de warmte/kracht-centrale die EPZ momenteel bouwt aan de Moerdijk.


Terug naar thema Techniek en onderzoek 1995