Energiebedrijven op andere markten

Berichten uit
1996
Energiebedrijven verlenen de laatste jaren ook andere diensten dan het leveren van energie. Ook op deze andere terreinen ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden. Een voorbeeld daarvan in 1996 is Energie Delfland, dat gaat samenwerken met de erkende gas- en watertechnische installateurs uit de regio voor de verhuur en het onderhoud van CV- en combi-ketels. Een tweede voorbeeld is EDON dat met het bedrijf Geas een energiewacht vormt voor het onderhoud van verwarmings- en warmwaterapparatuur. De meeste energiebedrijven zijn betrokken bij decentrale opwekking van warmte/kracht-centrales bij bedrijven, zoals Energiebedrijf Midden Holland dat samen met productiebedrijf EZH in 1996 een nieuwe onderneming vormt, Uni-corn B.V., die de energievoorziening van Unichema Chemie in Gouda gaat verzorgen. Ook steeds meer energiebedrijven gaan de buitenlandse markt op, zoals NUON die een dochtermaatschappij opricht voor activiteiten in met name Oost-Europa en Azië. Eneco gaat een samenwerkingsverband aan met het Ierse Transpower en verricht advieswerkzaamheden in Rusland en Polen.

Andere markten waarop de energiebedrijven zich begeven, zijn die van kabeltelevisie, telecommunicatie en milieu. Ook op deze markten gaan energiebedrijven samenwerkingsverbanden aan. In 1996 begeven EDON, NUON, REMU en Eneco zich op de kabelmarkt; meer dan de helft van de kabeltelevisieaansluitingen is in handen van 23 energiedistributiebedrijven. Een aantal distributiemaatschappijen neemt deel aan de telecommunicatieonderneming Enertel. Tevens begeeft EDON zich in telecommunicatie met een dochtermaatschappij, CasTel. NUON start op dit gebied een samenwerking met Telecom Finland. EDON-dochter Hanze Milieu spreekt over een fusie met de VAM en met afvalverwerking Rijnmond. Ook Eneco Milieu zoekt samenwerking met de afvalindustrie.

In het kader van de Wet energiedistributie moeten al deze werkzaamheden, die niet direct op het gebied van energieleverantie liggen, worden ondergebracht bij afzonderlijke dochtermaatschappijen, die niet de naam en het logo van het distributiebedrijf mogen gebruiken, noch op enige andere manier door de moedermaatschappij mogen worden bevoordeeld.


Terug naar thema Energiedistributie 1996