Resultaten Milieu Actie Plan 1995

Berichten uit
1996
Alle energiedistributiebedrijven voeren sinds 1994 het tweede Milieu Actie Plan uit. Daarmee wil de sector een bijdrage leveren aan het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Het MAP beoogt in het jaar 2000 een CO2-reductie te bereiken van 17 miljoen ton ten opzichte van 1990. Dit betekent in termen van verzuring een reductie van zuurequivalenten met 0,27 miljard en in termen van bespaarde primaire energie een besparing van 212 PJ. Het MAP geeft voor elke doelgroep een besparingsdoelstelling en een maatregelenpakket weer voor 1991-2000.

In mei 1996 maakt EnergieNed de resultaten van het tweede MAP over het jaar 1995 bekend. De in 1995 genomen maatregelen en verrichte inspanningen zullen resulteren in een vermindering van de CO2-emissies met 1,65 miljoen ton in 2000, voor zuurequivalenten geldt een reductie met 26,1 miljoen. De beoogde en gerealiseerde CO2-reductie per doelgroep wordt weergegeven in onderstaande tabel. De energiebesparing bedraagt voor 1995 26,7 PJ, dat is 1,5% van het door de distributiebedrijven te beïnvloeden energieverbruik.

De resultaten over 1995 zijn beter dan die van 1994. Voor de doelgroep huishoudens is een breed maatregelenpakket in werking gesteld, variërend van stimulering van de aanschaf van HR-ketels tot bevordering van zongericht bouwen. De sector utiliteit loopt achter met het bereiken van de doelstelling. Het is een lastige sector waarbinnen energiebesparende investeringen minder makkelijk worden gedaan. De energiesector richt zich voor utiliteitsgebouwen op verwarming, verlichting en 'beter huishouden' door advisering en ondersteuning van maatregelen. De industrie, toegevoegd als doelgroep in 1994, is nog ver verwijderd van de doelstelling die de distributiesector heeft bepaald. De beste resultaten tot nu toe zijn geboekt bij de bulkchemie en de voedings- en genotmiddelen. De stijging van de resultaten bij de doelgroep warmtemarkt levert in 1995 de grootste bijdrage. Het gaat om maatregelen op het gebied van warmte/kracht-koppeling en warmtedistributie. Inzake duurzame energie heeft de sector zich in het tweede MAP een eigen doelstelling opgelegd: 2,8% van de elektriciteitsvraag in 2000 zal duurzaam moeten worden opgewekt. Met maatregelen op het gebied van vooral windenergie en daarnaast zonne-energie is in 1995 een CO2-reductie bereikt van 28.000 ton. Dit komt overeen met 0,5% van de elektriciteitsvraag in 2000. Een grote inspanning is dus nog nodig in de komende jaren. Overige nieuwe technologieën, zoals reductie van netverliezen, voertuigen op aardgas en elektriciteit, gasexpansie en CO2-bemesting, leveren een beperkte bijdrage aan de reductie van CO2. Tenslotte heeft het gebruik van stortgas volgens EnergieNed een volwaardige plaats gekregen in het MAP: in 1995 werd met 9 stortgasprojecten een emissiereductie bereikt van ruim 0,2 Mton CO2.

De distributiesector ontving in 1995 uit de zogeheten MAP-toeslag een bedrag van ruim 274 miljoen gulden. Hiervan werd 257 miljoen gulden aangewend voor subsidies, campagnes, investeringen en de kosten van uitvoering van de MAP-maatregelen. Een aantal bedrijven heeft ook eigen middelen ingezet, andere bedrijven hielden juist MAP-gelden over. Dit geld wordt gereserveerd voor activiteiten in komende jaren.

EnergieNed signaleert een aantal ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van het MAP. De Wet energiedistributie vereist een duidelijke verantwoording inzake de (besteding van) de MAP-toeslag en de daarmee gestimuleerde maatregelen. Verder moeten de verschillende activiteiten die de sector heeft gestart zorgvuldig worden heroverwogen omdat de wet eventuele oneerlijke concurrentie wil uitsluiten. Ook de in de Derde Energienota uitgezette hoofdlijnen, meer marktwerking en toename van de energie-efficiëntie en het aandeel duurzame energie (respectievelijk 33% en 10% in 2020), zullen de distributiesector niet onberoerd laten. De consequenties van de regulerende energiebelasting zijn nog onduidelijk maar zullen wel meegenomen worden bij de opstelling van het derde MAP, het MAP-2000. Dit zal in 1997 verschijnen en doorlopen tot het jaar 2000.

De PNEM maakt in het voorjaar bekend dat het bedrijf de MAP-heffing per 1 juli 1996 zal afschaffen. PNEM vindt de MAP-activiteiten zo vanzelfsprekend dat zij niet naast de regulerende energiebelasting nog een extra toeslag wil heffen met hetzelfde doel. Bovendien heeft PNEM nog een reserve van 30 miljoen gulden aan MAP-gelden die nog niet besteed zijn. Alleen voor duurzame energie zal de consument extra moeten betalen via de regeling Groene stroom. Om de doelstelling voor het MAP toch te kunnen halen, verschuift PNEM de aandacht specifiek naar energie-efficiëntie bij bedrijven. Een activiteit zoals bevordering van isolerende maatregelen komt te vervallen, ondersteuning van acties voor spaarlampen en zonneboilers blijft bestaan. Minister Wijers laat naar aanleiding van kamervragen weten dat hij teleurgesteld is over de 'solo-actie' van PNEM.


Terug naar thema Energiedistributie 1996