Variaties op groene stroom |
Berichten uit 1996 |
Ook de verplichtingen die de bedrijven zich opleggen
verschillen. Alle bedrijven garanderen dat er niet meer elektriciteit
als duurzaam wordt verkocht dan er in werkelijkheid duurzaam wordt
opgewekt. PNEM, die de MAP-heffing heeft afgeschaft, gebruikt de
extra inkomsten uit groene stroom voor het bereiken van de MAP-doelstelling
van 2,8% duurzame elektriciteit in het jaar 2000. Andere bedrijven
verplichten zich de extra inkomsten te investeren in duurzame capaciteit
bovenop de MAP-doelstelling. De naleving van de verplichtingen wordt
gecontroleerd. Voor de meeste distributiebedrijven is het Wereld
Natuur Fonds (WNF) de controlerende instantie. Het WNF, dat het
concept landelijk wil ondersteunen, hoopt op meer uniformiteit in
de naamgeving, daar dit landelijke publiciteit zou vergemakkelijken.
Ook het Ministerie van EZ werkt mee aan deze verkoopwijze van duurzame
stroom. Het maakt hiervoor een uitzondering op de Maximum Eindverbruikers
Tarieven en streeft daarnaast naar een verlaagd BTW-tarief voor
duurzaam opgewekte elektriciteit.