Besprekingen over een Grootschalig Productiebedrijf

Berichten uit
1996
De vorming van één landelijk elektriciteitsproductiebedrijf houdt in 1996 de elektriciteitssector bezig. Minister Wijers van EZ kondigde eind 1995 in de Derde Energienota aan te zullen streven naar een zogenoemd Grootschalig Productiebedrijf (GPB), met het oog op de ontwikkeling van een Europese vrije markt voor elektriciteit. De huidige vier elektriciteitsproducenten zouden ieder op zich te klein zijn om de concurrentie met de grote, buitenlandse producenten aan te kunnen. Door een fusie zou een nationale producent ontstaan, die tot de middenmoot van Europa zou behoren.

De reacties op dit streven zijn niet alle positief. Het streven stuit op weerstand van enkele aandeelhouders van de productiebedrijven. De distributiebedrijven PNEM, die eenderde van de aandelen van EPZ bezit, en NUON, die de helft van de aandelen EPON heeft, zijn tegen. Zij zien meer in schaalvergroting door verticale integratie van elk van de producenten met de distributiebedrijven in hun regio. De gemeente Amsterdam, aandeelhouder van producent UNA, is tegen een fusie waarbij, zoals de Minister voorstaat, alle aandelen in handen van distributiebedrijven komen; de gemeente wil de directe invloed die zij als aandeelhouder op de elektriciteitsproductie heeft, niet afstaan. De vier producenten en hun samenwerkingsverband Sep, brengen in maart de brochure 'Een internationale uitdaging voor de Nederlandse elektriciteitsproductie' uit, waarin zij zich voorstander verklaren van een fusie. Ook de industriële afnemers verenigd in SIGE zijn voorstander van een GPB.

In mei vraagt de Minister aan de heren Langman en Kremers te bemiddelen inzake een fusie en een oplossing te vinden voor de geringe financiële draagkracht (solvabiliteit) van de producenten. De veelal bilaterale onderhandelingen verlopen echter moeizaam en het lukt de bemiddelaars niet de elektriciteitssector achter hun advies te krijgen. In december nemen een dertiental directeuren van de productiebedrijven, Sep en een aantal distributiebedrijven, het initiatief tot een eigen gezamenlijk overleg, dat leidt tot een ander fusievoorstel. De heren Langman en Kremers, die op verzoek hun rapportage hebben uitgesteld, lichten de Minister op 15 januari 1997 schriftelijk in over hun gestrande bemiddelingspogingen en raden hem aan verder met de sector te overleggen op basis van het alternatieve fusievoorstel.


Terug naar thema Elektriciteitsproductie 1996