Besprekingen over een Grootschalig Productiebedrijf |
Berichten uit 1996 |
De reacties op dit streven zijn niet alle positief. Het streven stuit op weerstand van enkele aandeelhouders van de productiebedrijven. De distributiebedrijven PNEM, die eenderde van de aandelen van EPZ bezit, en NUON, die de helft van de aandelen EPON heeft, zijn tegen. Zij zien meer in schaalvergroting door verticale integratie van elk van de producenten met de distributiebedrijven in hun regio. De gemeente Amsterdam, aandeelhouder van producent UNA, is tegen een fusie waarbij, zoals de Minister voorstaat, alle aandelen in handen van distributiebedrijven komen; de gemeente wil de directe invloed die zij als aandeelhouder op de elektriciteitsproductie heeft, niet afstaan. De vier producenten en hun samenwerkingsverband Sep, brengen in maart de brochure 'Een internationale uitdaging voor de Nederlandse elektriciteitsproductie' uit, waarin zij zich voorstander verklaren van een fusie. Ook de industriële afnemers verenigd in SIGE zijn voorstander van een GPB.
In mei vraagt de Minister aan de heren Langman
en Kremers te bemiddelen inzake een fusie en een oplossing te vinden
voor de geringe financiële draagkracht (solvabiliteit) van de
producenten. De veelal bilaterale onderhandelingen verlopen echter
moeizaam en het lukt de bemiddelaars niet de elektriciteitssector
achter hun advies te krijgen. In december nemen een dertiental directeuren
van de productiebedrijven, Sep en een aantal distributiebedrijven,
het initiatief tot een eigen gezamenlijk overleg, dat leidt tot
een ander fusievoorstel. De heren Langman en Kremers, die op verzoek
hun rapportage hebben uitgesteld, lichten de Minister op 15 januari
1997 schriftelijk in over hun gestrande bemiddelingspogingen en
raden hem aan verder met de sector te overleggen op basis van het
alternatieve fusievoorstel.