Dodewaard gaat eerder dicht |
Berichten uit 1996 |
De kerncentrale in Dodewaard heeft een beperkte capaciteit, 58 MW elektrisch, en behoort tot het type kokend-waterreactor met een passief veilig koelwatersysteem. De centrale werd in 1969 als tweede Nederlandse kerncentrale (na de onderzoeksreactor te Petten) in bedrijf genomen. De levensduur ervan is verschillende keren verlengd. De laatste keer gebeurde dat in 1992. Toen werd voorzien dat de reactor na het aanbrengen van extra veiligheidsvoorzieningen tot 2004 in bedrijf zou kunnen blijven. In 1996 kwam de vergunningprocedure hiervoor rond.
Met het buiten bedrijf stellen van de centrale is zeer veel tijd gemoeid. De stillegging en conservering kunnen in 2003 gereed zijn. Daarna wordt - niet om technische maar om bedrijfseconomische redenen - veertig jaar gewacht alvorens met de daadwerkelijke ontmanteling wordt begonnen. Die neemt ongeveer vier jaar in beslag. Het gehele project gaat naar verwachting zo'n 165 miljoen gulden kosten. De elektriciteitstarieven behoeven hiervoor niet te worden verhoogd, omdat de exploitatielasten wegvallen en deels al een reservering is gemaakt.
Bij de centrale werken ruim 150 mensen. Een groot deel van hen zal bij het stilleggen van de centrale betrokken blijven. Volgens Sep is het jammer dat in Nederland voorlopig geen rol voor kernenergie is weggelegd. De sluiting van de centrale moet echter ook gezien worden als de start van een uniek project. Gehoopt wordt dat met het stilleggen ervaring wordt opgedaan die ook elders kan worden toegepast.
Omdat de kerncentrale onderdeel uitmaakt van het
in het Elektriciteitsplan opgenomen productievermogen, stuurt Sep
in december een voorstel tot wijziging van het Elektriciteitsplan
1997-2006 naar de Minister van Economische Zaken. De ondernemingsraad
van de N.V. GKN, die de kerncentrale exploiteert, tekent hiertegen
bezwaar aan omdat zij vindt dat het voorstel niet voldoende is onderbouwd.
Het voorstel wordt in 1997 in de Tweede Kamer behandeld.