Akkoord over nieuwe tariefstructuur

Berichten uit
1996
Minister Wijers geeft in december zijn goedkeuring aan een nieuwe tariefstructuur voor de elektriciteitssector. Dit nieuwe systeem gaat per 1 januari 1997 gelden voor leveranties van de productiebedrijven aan de distributiebedrijven. Het tariefsysteem is uitgewerkt door Sep, EnergieNed en de vier elektriciteitsproducenten EPON, EPZ, EZH en UNA. Het belangrijkste verschil met het Landelijk Basis Tarief (LBT) dat in 1987 werd ingevoerd, is, dat er geen uniform tarief meer is dat voor iedereen geldt. Het nieuwe tarief bevat twee componenten: een vergoeding per kW voor het type vermogen waarvan gebruik wordt gemaakt (basislast, middenlast of pieklast) en een vergoeding per kWh waarin onder andere de brandstofkosten en het tijdstip van afname (dag/nacht/weekend) tot uitdrukking komen. Het basislastvermogen is duur per kW maar goedkoop per kWh, bij pieklastvermogen is dat net andersom en het middenlastvermogen ligt qua kosten hier tussenin.

De distributiebedrijven komen elk jaar met de productiesector overeen hoeveel van welk soort vermogen zij af willen nemen. Elk bedrijf kan zo z'n eigen portfolio vaststellen. Dit wordt in een contract vastgelegd. Neemt een distributiebedrijf meer af dan overeengekomen, dan moet daarvoor een hogere vergoeding worden betaald. De distributiebedrijven zullen de nieuwe tariefstructuur op hun beurt hanteren voor de bijzondere grootverbruikers.

Nieuw is dat er een apart tarief komt voor al diegenen die aan het centrale net leveren en gebruik maken van bepaalde diensten, zoals het draaiend houden van reservevermogen en het voorzien in de juiste frequentie en spanning. Dit wordt het dienstentarief genoemd.

Voor de komende vier jaar zijn ook prijsafspraken gemaakt. Dit is gedaan om het risico van een onbeheerste overgang naar een vrijere elektriciteitsmarkt (in een periode van overcapaciteit) af te dekken. De distributiesector draagt daarom per jaar ongeveer 400 miljoen gulden bij aan de niet marktconforme kosten van de productiesector. Afgesproken is verder dat men de komende vier jaar uit zal gaan van een kostenniveau dat ongeveer 1,4% boven dat van 1996 ligt. Bij een inflatie van ruim 2% per jaar zou dat na 1997 toch een reële prijsverlaging opleveren.

Verwacht wordt dat het nieuwe systeem een aantal tekortkomingen van het LBT kan wegnemen. De jaarlijkse contracten moeten er voor zorgen dat de distributiebedrijven de afweging tussen inkopen uit de centrale voorziening, inkopen van een derde of zelf decentraal produceren, gefundeerder gaan maken. Ze worden in het nieuwe systeem met de werkelijke kosten geconfronteerd en kunnen geen kosten meer afwentelen. Gehoopt wordt dat de concurrentieverhouding tussen centraal en decentraal produceren hierdoor wordt hersteld en dat de groei van het warmte/kracht-vermogen hiermee enigszins kan worden beheerst.


Terug naar thema Elektriciteitsproductie 1996