AER-advies over energieonderzoek in Nederland |
Berichten uit 1996 |
De AER vindt dat door de overheid gesteund onderzoek zich moet richten op de overgang naar een duurzame energievoorziening. Nederland moet ook zijn invloed aanwenden om internationaal gecoördineerde onderzoeksprogramma's in die richting te sturen. De AER stemt in met de VCE dat Nederland ernaar moet streven de meest efficiënte aardgaseconomie van Europa te zijn.
Op korte termijn is vooral onderzoek nodig ter bevordering van de invoering van nieuwe technieken; daarbij zou het bedrijfsleven een voortrekkersrol moeten spelen, omdat de marktpositie van bedrijven daar direct door verbetert. Op lange termijn is onderzoek nodig dat tot doorbraken leidt op het gebied van energie-efficiency en duurzame energie. Onderzoek naar efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen moet erop gericht zijn de overgang naar duurzame energie te vergemakkelijken. Hierbij past volgens de AER een grotere financiële overheidsbijdrage dan in de Derde Energienota is voorzien. Met het bedrijfsleven zal overleg moeten worden gepleegd hoe het lange termijnonderzoek op peil kan worden gehouden, wanneer er meer concurrentie komt op de energiemarkt. Extra overheidsgeld zal daarvoor nodig zijn, zonodig gefinancierd uit het opheffen van de belastingvrijstelling voor energiebedrijven. Ook vindt de AER onderzoek naar doorbraaktechnologieën zo belangrijk, dat daarvoor meer geld beschikbaar moet worden gesteld, zonodig uit andere budgetten, zoals die voor economische structuurversterking.
De AER wijst het Energiebericht aan om de uitgaven
en activiteiten op het gebied van energieonderzoek te toetsen aan
hun bijdrage aan de overgang naar een duurzame energievoorziening.
De AER is het met de VCE eens dat er meer samenhang moet komen in
het energieonderzoek en stemt in grote lijnen in met de organisatiestructuur
die de VCE daartoe voorstelt.