Europese richtlijn voor een interne elektriciteitsmarkt |
Berichten uit 1996 |
Tot op het laatst bestaan grote verschillen in standpunt over de kwestie of ook distributiebedrijven, net als grootverbruikers, vrij moeten worden gelaten om elektriciteit uit het buitenland te importeren (in de termen van de richtlijn: of zij 'eligible customers' zijn). Frankrijk is hiervan een verklaard tegenstander, terwijl Duitsland voor een volledige opening van de markt is. De overeenstemming wordt tenslotte bereikt door het al of niet vrijlaten van distributiebedrijven aan de landen over te laten, met dien verstande dat distributiebedrijven altijd 'eligible' zijn wanneer zij voor vrije klanten inkopen, en door tevens een reciprociteitsclausule op te nemen. Reciprociteit slaat op het evenwicht tussen de mogelijkheden van import in het ene en in het andere land, voor vergelijkbare bedrijven. Lidstaten mogen transacties tegenhouden, als dit evenwicht in gevaar komt. Daarbij bestaat wel de mogelijkheid hiertegen in beroep te gaan in Brussel. De reciprociteitsclausule zal na vierenhalfjaar worden geëvalueerd. Landen mogen ook importen tegenhouden met een beroep op het algemeen economisch belang van de elektriciteitssector, als het technisch lastig is en in niet nader gespecificeerde noodsituaties.
Ook over de toegang tot het net is een compromis gesloten. De Europese Commissie was in 1993 met een voorstel gekomen voor toegang tot het net na onderhandeling over het transport met de beheerder van het elektriciteitsnet (het 'negotiated third party access'). Frankrijk kwam in 1994 met een tegenvoorstel voor een systeem met een exclusieve koper, die de elektriciteit doorverkoopt aan eindverbruikers en distributiebedrijven (het 'single buyer' concept). In het uiteindelijke voorstel mogen de twee systemen naast elkaar bestaan.
Overeenstemming over een viertal andere punten was al in 1994 bereikt: -verticaal geïntegreerde bedrijven moeten een aparte en controleerbare boekhouding gaan voeren voor de productie, het transport en de distributie van elektriciteit;
De richtlijn treedt op 1 januari 1997 in werking. De lidstaten moeten
de richtlijn binnen twee jaar in hun nationale wetgeving verwerken.
Dit betekent dat vanaf 1 januari 1999 in alle landen 22% van de elektriciteit
vrij op de markt moet worden ingekocht. Dit percentage komt overeen
met het aandeel dat de bedrijven, die per jaar meer dan 40 GWh afnemen,
gezamenlijk hebben in het elektriciteitsgebruik van de EU. Elke lidstaat
mag zelf bepalen welke categorieën klanten zij 'eligible' verklaren
om dit vrije marktaandeel te bereiken. Wel moeten van het begin af
aan de allergrootste klanten, met een jaargebruik van meer dan 100
GWh, 'eligible' zijn. In 2000 moet 28% van de markt vrij zijn, overeenkomend
met het aandeel van de klanten groter dan 20 GWh. In 2003 moet het
aandeel van de markt gelijk zijn aan het aandeel van de afnemers groter
dan 9 GWh, zo'n 33%.
Dossiers
De weg naar een vrije markt voor elektriciteit - 1997 (99 kB)