Wet energiedistributie vastgesteld

Berichten uit
1996
Op 14 december 1996 wordt de Wet Energiedistributie vastgesteld. De Tweede Kamer was in februari na enkele aanpassingen met het wetsvoorstel akkoord gegaan. In deze wet worden de taken van een distributiebedrijf omschreven, worden verschillende distributiebedrijven voor gas, water, warmte en elektriciteit in een regio tot samenwerking verplicht en worden verbruikersraden verplicht gesteld. Een verbruikersraad bestaat uit een representatieve vertegenwoordiging van tenminste vijf energiegebruikers en adviseert het distributiebedrijf over zijn beleid. Tevens wordt in deze wet een wettelijke basis gelegd voor het MAP en worden regels gesteld om oneerlijke concurrentie te voorkomen op het gebied van de commerciële nevenactiviteiten die steeds meer distributiebedrijven de laatste jaren zijn gaan verrichten. Het wetsvoorstel voor de Wet Energiedistributie is in de loop van de jaren ingrijpend van karakter veranderd. Aanvankelijk, eind jaren tachtig, was het de bedoeling de reorganisatie van de energiedistributiesector hiermee wettelijk te regelen, maar in november 1993 was het proces van schaalvergroting, fusies en horizontale integratie al zover gevorderd, dat de toenmalige Minister van EZ dat niet meer nodig vond.

De taken van distributiebedrijven op het gebied van energiebesparing krijgen sinds 1990 vorm in Milieu Actie Plannen (MAP), op initiatief van de distributiebedrijven die daarvoor een toeslag heffen op de energietarieven. Op basis van de Wet Energiedistributie kan de Minister beter toezicht houden op de uitvoering van de energiebesparingstaak van distributiebedrijven en een betere verslaglegging van de besteding van MAP-gelden eisen. In de Wet Energiedistributie is opgenomen, dat distributiebedrijven een toeslag mogen heffen op hun tarief, om te besteden aan het bevorderen van doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord energiegebruik. De Minister van EZ stelt dat percentage vast op ten hoogste 2,5%, nadat de representatieve organisatie van distributiebedrijven (in casu EnergieNed) hiertoe een voorstel heeft gedaan, vergezeld van een overzicht van de voorgenomen besteding van het geld. De toeslag mag verschillen voor verschillende gebruikerscategorieën, omdat het MAP tot nog toe vooral bedoeld is voor kleine gebruikers. De distributiebedrijven moeten aan hun afnemers duidelijk laten weten welk deel van het tarief de MAP-heffing beslaat. Dit geld mag alleen voor MAP-doeleinden worden gebruikt. Hiervan moet een financieel verslag worden gemaakt in de jaarrekening, die voor een ieder ter inzage moet worden gelegd, en tevens aan de Minister van EZ moet worden toegestuurd.

Met betrekking tot de economische mededinging wordt in de Wet Energiedistributie bepaald, dat een distributiebedrijf geen goederen en diensten mag leveren waardoor het in concurrentie treedt met anderen, tenzij het de levering van elektriciteit, gas, warmte of water betreft en alles wat daarmee rechtstreeks verband houdt.

De afgelopen jaren zijn namelijk steeds meer energiedistributiebedrijven zich ook met andere activiteiten gaan bezighouden, zoals de verhuur van geisers en ketels en andere diensten op het gebied van energie, maar ook bijvoorbeeld afvalverwerking en telecommunicatie. Daarbij dreigt oneigenlijke concurrentie met andere bedrijven die zich op die markt bevinden.

Dit soort activiteiten mogen onder de WED niet worden verricht door het distributiebedrijf zelf, maar moeten worden ondergebracht in afzonderlijke ondernemingen. Zulke dochter- of groepsmaatschappijen mogen door de distributiebedrijven op geen enkele manier worden bevoordeeld. Dat betekent ook, dat deze niet de naam of het logo van de distributiebedrijven mogen gebruiken, om te voorkomen dat het publiek denkt, dat het om diensten gaat van het distributiebedrijf. Ook moeten de dochter- of groepsmaatschappijen vennootschapsbelasting gaan betalen, terwijl distributiebedrijven daarvan zijn vrijgesteld voorzover het energiedistributie betreft.

Omdat dit soort concurrentieproblemen met (semi)overheidsinstellingen zich niet alleen in de energiesector voordoet, heeft het kabinet in februari 1996 de Mededingingswet-werkgroep 'markt en overheid' ingesteld, die onderzoekt hoe in een nieuwe mededingingswet eerlijke concurrentie geregeld kan worden. Het eindrapport wordt in het eerste kwartaal van 1997 verwacht, waarna het kabinet zijn standpunt hierover zal bepalen. Naar inschatting van de Minister van EZ zal het daarna nog geruime tijd duren voordat de wetgeving tot stand is gekomen, en daarop wil hij voor de energiedistributiesector niet wachten. Op basis van de overeenstemming tussen het wetsvoorstel Energiedistributie en een tussenrapport van de werkgroep, meent hij dat de Wet Energiedistributie 'no regret' beleid is met betrekking tot de nieuwe mededingingswet. De wet treedt op 1 februari 1997 in werking.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1996