Meerjarenafspraken Energiebesparing

Berichten uit
1996
In 1996 worden negen nieuwe Meerjarenafspraken voor energiebesparing (MJA's) getekend. Dit zijn afspraken tussen de Minister van Economische Zaken en een branche-organisatie, waarin een gekwantificeerde energiebesparingsdoelstelling voor de bedrijfstak als geheel wordt vastgelegd. Vaak is ook het InterProvinciaal Overleg hierbij betrokken. Novem zorgt voor de voorbereiding en begeleiding van de MJA's. Bedrijven die toetreden tot een MJA verplichten zich tot het opstellen van een energiebesparingsplan en het jaarlijks monitoren van het energieverbruik. De besparingsdoelstelling betreft het energiegebruik per eenheid product; een toename van het absolute energiegebruik door een grotere productie blijft dus mogelijk. Ook het non-energetisch gebruik van brandstoffen blijft buiten beschouwing.

De nieuwe MJA's in de sector industrie worden gesloten met de oppervlaktebehandelende industrie, de koel- en vrieshuizen, de frisdrankenindustrie, de tapijtfabrikanten en de aardappelverwerkende industrie. In het kader van de MJA 'Overige industrie' kunnen zich tot halverwege 1997 bedrijven aansluiten, die een groot energieverbruik hebben en niet zijn aangesloten bij een branche-organisatie. In 1996 tekent als eerste het concern Thomassen en Drijver/Verenigde blikfabrieken deze MJA. Verwacht wordt dat in 1997 nog zo'n zeven bedrijven zich zullen aansluiten. In de sector utiliteitsbouw worden met het Hoger beroepsonderwijs en met de Nederlandse Vereniging van Banken nieuwe MJA's afgesloten; nieuw is ook de MJA met de olie- en gaswinningindustrie. Een aantal oude MJA's wordt verlengd: met de textielindustrie, de papierindustrie, de margarine-, vetten- en oliënindustrie, de non-ferro-metaalindustrie en de koffie-industrie. In de agrarische sector worden intentieverklaringen gesloten om tot een MJA te komen met de champignontelers en de bloembollenbewarings- en -preparatiesector.

Het Ministerie van EZ publiceert in december de resultaten van de MJA's in 1995. In de sector industrie is het gemiddelde resultaat een verbetering van de energie-efficiëntie van 10% ten opzichte van 1989. Niet alle MJA's zijn hierin betrokken, omdat enkele MJA's pas recentelijk afgesloten zijn. Bij de 20 MJA's waarop het resultaat gebaseerd is, zijn bijna alle grote energiegebruikers betrokken; ze beslaan gezamenlijk 85% van het industriële energiegebruik, grondstoffen niet meegerekend. De MJA glastuinbouw dekt ongeveer 80% van het totale energiegebruik in de agrarische sector. Hier is per 1995 een efficiëntieverbetering gemeten van 10% ten opzichte van 1989. Schiphol boekte een efficiëntieverbetering van 11% en de KLM van 29% ten opzichte van 1989; de KLM heeft daarmee haar doelstelling voor het jaar 2000 al bereikt, maar zet haar streven naar energiebesparing voort. De raffinaderijen boekten 6% efficiëntiewinst sinds 1989.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1996