Economisch perspectief warmtepomp

Berichten uit
1996
In opdracht van Novem onderzoekt Tebodin in 1996 de economische perspectieven van elektrische warmtepompen voor ruimteverwarming en warm-tapwaterbereiding in woningen. Onderzocht worden vier systemen met respectievelijk grondwater, de bodem (via een verticale bodemwarmtewisselaar), oppervlaktewater en restwarmte van derden als warmtebron. De jaarlijkse kosten van de warmtepompen - kapitaals-, onderhouds- en energiekosten - zijn vergeleken met die van een HR-ketel. De onderzoekers gaan uit van de huidige energieprijzen en marktprijzen voor warmtepompen die gelden bij een afname van 500 exemplaren.

De jaarlijkse kosten van de warmtepompen zijn hoger dan die van een HR-ketel, vooral door de hogere investeringskosten van warmtepompen. Daarnaast werkt de energieheffing, die huishoudens voor zowel gas als elektriciteit betalen, in het nadeel van de warmtepomp. De eerste 800 m3 gas en de eerste 800 kWh elektriciteit zijn hiervan vrijgesteld, maar elektrische warmtepompen zullen vooral worden toegepast in woningen zonder gasaansluiting, zodat de bewoners de vrijstelling voor gas missen.

Een vergelijkbaar onderzoek van Erbeko Raadgevende Ingenieurs in opdracht van Novem betreft een studie naar de elektriciteitsprijzen waarbij warmtepompen financieel haalbaar zijn. Erbeko hanteert als criterium een terugverdientijd van maximaal vijf jaar. Onderzocht zijn geselecteerde 'modelverbruikers' uit de sectoren woningbouw (Vinex-woning zonder gasaansluiting, bestaande woning), utiliteitsbouw (groot kantoor, bejaardentehuis, ziekenhuis) en glastuinbouw. Behalve bij toepassing in bejaardentehuizen is de terugverdientijd tot het jaar 2000 meer dan vijf jaar. Dit resultaat is gebaseerd op gunstige condities, zoals een beperkte meerinvestering voor warmtepompen, subsidie op de aanschaf en een hoger rendement dan nu haalbaar is. Voor de periode na 2000 zijn de uitgangspunten dat de subsidie is afgeschaft, dat de elektriciteitsprijs voor niet-industriële verbruikers f. 0,09 per kWh is, en dat de warmtepomp een hoog rendement en een geringe meerinvestering heeft ten opzichte van een HR-ketel. De warmtepomp is dan financieel haalbaar, behalve voor de tuinbouw en ziekenhuizen.

Na een globale technisch-economische evaluatie in 1995, worden in 1996 verschillende aspecten van het nucleaire warmte/kracht-systeem geëvalueerd, zoals gedrag en veiligheid van de warmtebron, de warmte/kracht-cyclus, de marktkansen en potentiële deelname van Nederlandse bedrijven aan een dergelijk project. Onderzoek toont aan dat de veiligheid van dit type reactor bijzonder groot is. Een van de conclusies die kan worden getrokken is dat de huidige regelgeving met betrekking tot kerncentrales op veel punten aangepast dient te worden om op dit soort kleine gasgekoelde reactoren toegepast te kunnen worden.


Terug naar thema Techniek en onderzoek 1996