Bijstoken in kolencentrales

Berichten uit
1996
Het bijstoken van biomassa in kolencentrales heeft voordelen boven andere methoden van energiewinning uit biomassa. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande installaties met rookgasreiniging en infrastructuur. Daardoor zijn de investeringen beperkt. Ook kan op deze schaal een relatief hoog elektrisch rendement van circa 40% worden bereikt. Verder wordt juist de brandstof vervangen die een relatief hoge CO2-emissie per GJ heeft. Tenslotte is het een voordeel dat het overschot aan elektrisch vermogen, waarmee de elektriciteitssector kampt, niet verder toeneemt.

Bij de Hemweg-centrale in Amsterdam zijn begin 1995 proeven gedaan met het bijstoken van gedroogd zuiveringsslib. Daarna is een gedoog- beschikking verkregen voor een nieuwe, grotere proef om de lange termijn effecten op de installatie te onderzoeken. Deze proef begint in maart 1996. Het slib, dat 5 à 10% water bevat, wordt gemengd met de kolen, vervolgens gemalen en via de poederkoolbranders aan de ketel toegevoerd. Het totale aanbod van 75.000 ton gedroogd zuiveringsslib in Noord-Holland betekent voor de Hemweg-centrale een aandeel in de brandstof van circa 6% op gewichtsbasis. De benodigde investering wordt geschat op f. 10 miljoen.

Bij de Amercentrale te Geertruidenberg zijn eind 1995 proeven gedaan met het bijstoken van papierslib, dat vrijkomt bij de opwerking van oud papier. Oud papier kan een aantal keren worden gerecycled, maar daarna zijn de vezels te kort en moet het residu worden afgevoerd. In Nederland komt jaarlijks 250.000 ton papierslib vrij, waarvan de helft in de Amercentrale zou kunnen worden verstookt. Op grond van gunstige resultaten wordt besloten tot aanvullende proeven, en verzoekt EPZ de provincie om vergunning te verlenen voor een grote installatie. Na drogen van het slib kan het, net als zuiveringsslib, met kolen worden vermengd en gemalen.

De kolencentrale op de Maasvlakte begint in 1996 met het bijstoken van biokorrels, afkomstig van het bedrijf Biomass uit Twente. Deze korrels worden geproduceerd uit snoeihout en papiersoorten die niet meer gerecycled kunnen worden. De korrels worden gemengd met kolen, gemalen in poederkoolmolens en via de poederkoolbranders aan de ketel toegevoerd. De beoogde capaciteit bedraagt 70.000 ton biokorrels per jaar.


Terug naar thema Techniek en onderzoek 1996