Regering ziet geen reden kolencentrales om te bouwen naar gas

Berichten uit
1997
Naar aanleiding van een onderzoek naar de mogelijke omschakeling van kolengestookte centrales naar gas besluit de overheid geen initiatieven tot omschakeling te starten. De Minister van EZ biedt in april aan de Tweede Kamer de resultaten aan van het onderzoek waar eind 1996 bij motie in de Tweede Kamer om was gevraagd. De elektriciteitsproducenten en de Sep hadden eerder al gemeld niets voor deze omschakeling te voelen vanwege de kapitaalvernietiging (en dus hogere tarieven) en een te grote afhankelijkheid van aardgas. De conclusies van de Minister ondersteunen dit. Zo zijn de meerkosten van omschakeling circa f. 360 miljoen per jaar met een CO2-reductie van circa 6,6 Mton/jaar (f. 55 per ton CO2), op basis van ruim 3300 MW om te schakelen vermogen. Naast het direct omschakelen van kolen op gas is ook de mogelijkheid onderzocht van het voorschakelen van een gasturbine voor een kolencentrale. Dit levert echter beduidend minder CO2-reductie op (1,75 Mton/jaar), onder andere omdat slechts ruim 1200 MW vermogen hiervoor in aanmerking komt.

Daarnaast is de brandstofinzet de verantwoordelijkheid van de elektriciteitsproducenten en zij zullen zich laten leiden door commercieel-economische overwegingen. Zonder financiële prikkels zullen zij niet omschakelen.

Een ander nadeel is dat het stoken van gas in kolencentrales een lager rendement (39%) heeft dan in bijvoorbeeld een warmte/kracht-eenheid (55%). Het beleid is er juist op gericht hoogwaardige bodemschatten, zoals aardgas, in te zetten in de meest efficiënte processen. Gas stoken in kolencentrales past dus niet in dat beleid.


Terug naar thema Elektriciteitsproductie 1997