Discussie over nucleair afval

Berichten uit
1997
Minister Wijers biedt in juni de Tweede Kamer een notitie aan met het standpunt van de regering over het opwerken van gebruikte splijtstof, het transport van nucleair afval en non-proliferatie (het tegengaan van de verspreiding van nucleair materiaal dat als basis voor kernwapens kan dienen). De milieu-organisatie Greenpeace voert al jaren actie tegen het opwerken van gebruikte splijtstof. Volgens Greenpeace is opwerken en vervolgens opslaan duurder en minder veilig dan direct opslaan. Naar aanleiding van de acties van Greenpeace heeft in november 1996 de Tweede Kamer om een regeringsstandpunt verzocht. De Minister geeft daarop eind 1996 ECN de opdracht een rapport op te stellen en stuurt dit rapport met de notitie in juni 1997 naar de Kamer.

Opwerken van gebruikte splijtstof houdt in dat alle gevormde splijtingsproducten en onbruikbare componenten op chemische wijze worden gescheiden van het nog bruikbare uranium en plutonium. Begin jaren zeventig is voor de route van opwerking gekozen met het oog op het hergebruik van het opgewerkte materiaal (plutonium), onder andere in kweekreactoren. Dit doel is inmiddels komen te vervallen doordat de groei van kernenergie veel minder groot is en de voorraden uranium groter zijn dan werd verwacht.

Het ECN-rapport concludeert dat er op basis van de milieu-effecten en proliferatierisico's geen voorkeur bestaat voor opwerken dan wel directe opslag. Mede op basis van dit rapport ziet de Minister dan ook geen zwaarwegende en dringende redenen om te stoppen met opwerking, zeker omdat aan het op dit moment overstappen op een beleid van directe opslag hoge kosten zijn verbonden. De kosten voor het verbreken van de opwerkingscontracten met het Franse Cogéma en het British Nuclear Fuels (BNFL) worden geschat op een bedrag tussen de 190 en 500 miljoen gulden. Daarnaast moet extra opslagcapaciteit bij de COVRA worden gebouwd. Hiermee zijn ook enkele honderden miljoenen guldens gemoeid. Opgemerkt zij dat de regering en het parlement formeel niet bevoegd zijn om de opwerking te beëindigen. De betrokken partijen, EPZ en GKN, zouden daartoe gedwongen moeten worden en financiële compensatie kunnen eisen. Ten slotte stelt de Minister voor positief te beslissen over het verzoek van GKN (Dodewaard) om het huidige opwerkingscontract met BNFL te vergroten met 4,5 ton uranium, alsmede met de bestraalde MOX (Mixed Oxide) staven die zich nog in de opslag bij GKN bevinden.

De helft van de Nederlandse gebruikte splijtstof moet nog worden opgewerkt. Na opwerking zal het materiaal moeten worden opgeslagen bij de COVRA. Omdat de Raad van State in juni 1997 de vergunningsaanvraag voor de opslag van hoogradioactief afval opschort, treedt vertraging op in de bouw van een opslagfaciliteit hiervoor. Eind 1997 wordt een nieuwe aanvraag ingediend. De opslag zal daardoor waarschijnlijk niet voor 2003 kunnen plaatsvinden. Het oorspronkelijke plan ging uit van 2001, vanwege de contracten voor het thans in het buitenland opgeslagen Nederlandse afval.

In januari van 1998 heeft de vaste commissie van EZ overleg over de notitie met de Minister. In het verslag van dit overleg bevestigt de regering haar ingenomen positie dat zij geen principiële voorkeur voor opwerking of voor directe opslag heeft. De discussie over het onderwerp duurt daarna nog voort.


Terug naar thema Elektriciteitsproductie 1997