Shell kiest ontmantelingsmethode voor Brent Spar

Berichten uit
1997
Eind 1997 kiest Shell een ontmantelingsmethode voor het olie-opslagplatform Brent Spar. Het platform zal in verticale positie uit het water worden getild. Vervolgens zal de romp in 'plakken' worden gesneden en zullen de schoongemaakte plakken worden gebruikt voor uitbreiding van de kade voor veerboten in Mekjarvik, Noorwegen. De bovenkant van de Brent Spar wordt aan land gebracht en aldaar gesloopt. Deze behandeling is een voorstel van een Brits-Noors consortium, Wood-GMC, dat door Shell uit 30 plannen is gekozen.

Het eerste plan van Shell, het platform te laten afzinken in de Atlantische Oceaan, stuitte in 1995 op protest van de milieu-organisatie Greenpeace dat leidde tot consumentenboycots in verscheidene landen. De kwestie kreeg ook in Nederland veel aandacht van media en politiek. Onder druk van de publieke opinie zag Shell van het plan af en ging het bedrijf op zoek naar alternatieven. Shell schreef in 1996 een wedstrijd uit voor het beste voorstel.

In januari worden uit 11 voorstellen van zes bedrijven geselecteerd om te worden uitgewerkt voor de laatste ronde. Na een beoordelingsronde en bespreking van de uitgewerkte voorstellen in openbare werkgroepen in verschillende Europese steden valt de keuze eind 1997 op het Wood-GMC plan, met geschatte totale kosten van 23 à 26 miljoen Britse ponden (77 à 87 miljoen gulden). Het gekozen voorstel wordt in januari 1998 voorgelegd aan de regering van het Verenigd Koninkrijk. Verwacht wordt dat de Brent Spar in de lente van 1998 kan worden onttakeld.


Terug naar thema Gas- en oliewinning 1997