Brief Minister over kernenergie-onderzoek

Berichten uit
1997
Naar aanleiding van het voornemen van de Sep in 1997 de kerncentrale Dodewaard vervroegd stil te leggen, hebben enkele Tweede Kamerleden de Minister van EZ gevraagd hoe het onderzoek ten behoeve van de toepassing van kernenergie op peil zal worden gehouden. In een brief aan de Kamer zet de Minister in februari zijn beleid op het gebied van nucleair onderzoek uiteen. De Minister heeft drie redenen om de Nederlandse kennis over kernenergie op niveau te willen houden:
  • Het kan niet worden uitgesloten dat in de toekomst kernenergie een rol zal gaan spelen in de Nederlandse energievoorziening.
  • Ongevallen met kerncentrales in Europa, die ook ons land kunnen treffen, zijn niet uitgesloten.
  • Er is een zorg voor het bestaande radioactieve afval en voor de ontmanteling van de kerncentrales van Dodewaard en te zijner tijd Borssele.

Op de EZ-begroting staat ongeveer f. 17 miljoen voor kernenergie-onderzoek, voornamelijk verricht door ECN. Een vergelijkbaar bedrag wordt aan de EU betaald om de Hoge Flux Reactor, de onderzoeksreactor in Petten, in bedrijf te houden. De aansturing van het nucleaire lange termijnonderzoek vindt plaats door een commissie van betrokkenen uit de industrie, energiesector, wetenschap en overheid.

De Minister is van mening dat deze onderzoeksactiviteiten ervoor zorgen dat ons land over adequate kennis beschikt voor huidige en toekomstige nucleaire vraagstukken en voldoende inbreng heeft in het internationale onderzoek. De internationale samenwerking richt zich met name op de ontwikkeling van passief veilige en inherent veilige kernreactoren, verbranding van nucleaire actiniden als technologische oplossing van het kernafvalproleem en geavanceerd materialenonderzoek. Activiteiten die met het kernenergie-onderzoek te maken hebben, zoals de productie van radio-isotopen voor medische toepassingen en voor de industrie en het onderzoek naar geavanceerde materialen, vergroten volgens de Minister het draagvlak voor nucleair onderzoek.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1997