AER-advies 'Nutskarakter elektriciteitsvoorziening en privatisering'

Berichten uit
1997
Op verzoek van de Minister van Economische Zaken brengt de AER in mei een advies uit over eigendomsverhoudingen en privatisering in de elektriciteitssector in relatie tot de nutstaken van de overheid.

De Raad vindt dat het nutskarakter van de elektriciteitssector onverkort overeind blijft. De betrokkenheid van de overheid zal gaan veranderen. De Raad maakt daarbij onderscheid tussen de korte en de lange termijn. Op de lange termijn zal de rol van de overheid ten aanzien van bescherming van gebonden klanten verdwijnen, omdat er geen gebonden klanten meer zijn. Ook het ingrijpen in de prijzen om concurrerende tarieven voor het bedrijfsleven te garanderen verdwijnt uit beeld. Adequate prijsvorming en onafhankelijkheid van het net dienen via een goed functionerend toezicht gegarandeerd te worden. Tijdens de overgang naar een marktsysteem acht de Raad extra bemoeienis van de overheid nodig ten aanzien van noodzakelijke wettelijke verplichtingen op het gebied van energiebesparing en milieu, continuïteit van R,D&D en toezicht ten aanzien van de bescherming van gebonden klanten en de toegang tot het net.

De Raad ziet al met al voor privatisering in beginsel geen fundamentele obstakels, ook niet als het gaat om verkoop van aandelen naar het buitenland. Er zijn volgens de Raad bovendien argumenten om liberalisering en privatisering gelijk op te laten gaan, onder andere om vermenging van belangen tegen te gaan. Bij liberalisering zonder privatisering heeft de overheid immers meerdere belangen: het algemeen belang en het belang van het commerciële energiebedrijf. Uitdrukkelijke voorwaarde voor privatisering is echter dat het toezicht op het net en de leveranciers effectief functioneert. Zolang die garantie er niet is, zou er geen privatisering moeten plaatsvinden.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1997