Nota Milieu en Economie |
Berichten uit 1997 |
Het kabinet wil economische groei, versterking van de concurrentiekracht en toename van de werkgelegenheid combineren met een zorgvuldig natuur- en milieubeheer en een aanmerkelijke vermindering van de inzet van fossiele brandstoffen van grondstoffen. Het kabinet ziet hiertoe mogelijkheden in een verschuiving naar kennisintensieve activiteiten: informatie- en communicatietechnologie, multimedia en persoonlijke en zakelijke dienstverlening.
De nota beschrijft ten eerste een aantal 'boegbeelden': tot de
verbeelding sprekende projecten van overheid en bedrijfsleven samen, die
als inspiratiebron de milieu-efficiëntie moeten vergroten. Een
voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van een Wereldtop-protocol:
internationale vergelijking van de milieuprestaties van de industrie,
aangeduid met de Engelse term 'benchmarking'. Groepen bedrijven
verplichten zich daarbij tot de wereldtop in energie-efficiency te
behoren, of anders aanvullende maatregelen te nemen. De overheid zal dan
geen aanvullende specifieke nationale maatregelen eisen voor
energiebesparing en
Ten tweede voert het kabinet een generiek overheidsbeleid. Onder andere wil het als marktpartij via het aanschafbeleid van de overheid een duurzame economie stimuleren. De technologieprogramma's EET en Duurzame Technologie-ontwikkeling worden uitgebreid en voortgezet. Nieuw is de first-mover faciliteit om projecten met een meer dan normaal technisch risico financieel haalbaar te maken, met een budget van f. 30 miljoen voor de periode tot 2003. Ook richt het beleid zich op prijzen en tarieven. Voorbeelden daarvan zijn een BTW-verlaging voor milieusparende goederen en diensten, hogere milieubelastingen, lagere directe belastingen op arbeid, fiscale vergroening en verhandelbare emissierechten. Verder wil de overheid door investeringen in infrastructuur en ruimte meer kansen creëren voor multimodaal vervoer, transport over water en warmte- en koudeopslag.
Ten derde beschrijft de nota een dertigtal perspectieven, richtingen waarin de economie zich duurzaam kan ontwikkelen. Veelal betreft het initiatieven uit de sectoren zelf die door de overheid worden ondersteund.
De reacties op de nota zijn verschillend. De oppositiepartijen CDA en
GroenLinks, de milieuorganisaties Stichting Natuur en Milieu en de
Vereniging Milieudefensie en de vakbeweging reageren teleurgesteld op de
nota. Als punten van kritiek worden genoemd dat de nota geen werkelijke
keuzen maakt, teveel op technologische oplossingen bevat en dat
belangrijke onderwerpen ontbreken (zoals een nieuwe Maasvlakte, de
intensieve veehouderij en de luchtvaart). De regeringspartijen PvdA, D66
en VVD zijn tevreden met de nota. Werkgeversorganisatie VNO-NCW is geen
voorstander van hogere energiebelastingen, evenmin als de vereniging
MKB-Nederland, maar is voor het overige tevreden met de nota.