Rapportage Regulerende Energie Belasting naar Kamer

Berichten uit
1997
Gevolg gevend aan een motie van de Tweede Kamer biedt de Staatssecretaris van Financiën mede namens de Ministers van VROM en EZ de eerste jaarlijkse tussentijdse rapportage aan van de gevolgen van de invoering van de Regulerende Energiebelasting (REB).

De REB is 1 januari 1996 ingevoerd voor kleinverbruikers om energiebesparing te bevorderen. De opbrengsten van de REB worden naar de belastingbetalers teruggesluisd via een algehele belastingverlaging. Op macro-niveau bedraagt de opbrengst van de REB over 1996 f. 1120 miljoen. De terugsluis is geraamd op f. 1185 miljoen.

Met ingang van 1997 geldt de REB ook voor grootgebruikers, zij het dat over het meerdere boven 170.000 m3 gas en 50.000 kWh elektriciteit geen REB behoeft te worden betaald. De opbrengst van deze maatregel bedraagt circa 80 miljoen gulden per jaar en wordt ingezet voor de EIA. In 1997 bedraagt de REB 6,40 cent per m3 aardgas en 2,95 cent per kWh elektriciteit.

Regulerende Energiebelasting in centen


  1996 1997 1998

Elektriciteit per kWh 2,95 2,95 2,95
Aardgas per m3 3,20 6,40 9,53
Petroleum per liter 2,82 5,64 8,46
Huisbrandolie per liter 2,84 5,68 8,53
LPG, propaan en butaan per kg 3,36 6,72 10,09

Een algemene conclusie van de rapportage is dat de evaluatie van de energiebesparingseffecten te vroeg komt; de benodigde statistische gegevens zijn nog niet beschikbaar.

De bijzondere regeling om duurzame energie aantrekkelijker te maken via een verhoging van de terugleververgoeding met het bedrag van de REB is geslaagd. Stadsverwarming is meer rendabel geworden doordat de REB de warmteprijs heeft verhoogd. Dat aardgas gebruikt in warmte/kracht-installaties is vrijgesteld van REB heeft met name voor kleine installaties in de dienstensector voor aanzienlijk voordeel in de brandstofkosten gezorgd.

Bij de totstandkoming van het wetsvoorstel was al onderkend dat op micro-niveau niet voor iedereen de terugsluis even groot zou zijn als de REB. Hiervan zou een extra stimulans voor energiebesparing uitgaan. Voor enkele groepen energiegebruikers is speciale aandacht gevraagd: kinderrijke gezinnen, de landbouw, de sportsector, de padvinderij, kerken en historische buitenplaatsen. Bij geen van de onderzochte groepen is sprake van echte knelpunten. In de gevallen waar de REB de energiegebruikers meer kost dan via de belastingen wordt teruggesluisd, betreft het een klein verschil, kan het verschil worden teruggebracht door energiebesparingsmaatregelen of moet deze mogelijkheid nog worden onderzocht.

Ter stimulering van de elektrische warmtepomp voor ruimteverwarming, is een wetsvoorstel in voorbereiding om de belastingvrije voet voor elektriciteit te verhogen door overheveling van de belastingvrije voet van aardgas naar elektriciteit indien van deze energiebesparende techniek gebruik wordt gemaakt. Voor het directe gebruik van elektriciteit voor ruimteverwarming bij afwezigheid van een aardgasaansluiting voorziet de wet bewust niet in een verhoging van deze belastingvrije voet, omdat het gebruik van elektriciteit voor ruimteverwarming niet efficiënt is en daarom niet gestimuleerd dient te worden.

De Europese Commissie maakt in maart een plan bekend voor een uniform minimum-belastingtarief op brandstoffen, in het kader van de harmonisatie van belastingen. Het plan komt neer op een uitbreiding van de bestaande accijns op minerale oliën naar kolen, gas en elektriciteit. De Ecofin-raad, de vergadering van Europese Ministers van Economische Zaken en Financiën, bereikt hierover in 1997 echter geen akkoord.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1997