Lange-termijnverkenning Economie en fysieke omgeving

Berichten uit
1997
In augustus brengt het Centraal Planbureau (CPB) een nieuwe lange-termijnverkenning uit: Economie en fysieke omgeving: beleidsopgaven en oplossingsrichtingen 1995-2020. Deze hangt samen met de lange-termijnverkenningen van verschillende andere instituten waarmee is samengewerkt. Een daarvan, het RIVM, presenteert in het najaar van 1997 de Vierde Nationale Milieuverkenning (NMV4). De Milieuverkenning stelt dat de meeste milieuproblemen, zoals klimaatverandering, verzuring en luchtverontreiniging, energiegerelateerd zijn, waarbij ook het wegverkeer een grote rol speelt. De emissies van CO2 en NOx behoren tot de belangrijkste knelpunten.

Energie is in de CPB-verkenning een van de kernthema's, naast ruimte, mobiliteit en milieu. Het energiegebruik komt in de scenario's 7 tot 41% hoger uit dan in 1995. Het gebruik van elektriciteit groeit veel sneller dan dat van brandstoffen; in 2020 is het 30 à 100% meer dan in 1995. Energiegebruik en emissies van verkeer en vervoer nemen belangrijk toe, terwijl deze volgens de beleidsdoelstellingen juist zouden moeten afnemen. De CO2-emissies van het vrachtvervoer over de weg nemen sterk toe en de NOx-doelstellingen voor vrachtverkeer worden bij lange na niet gehaald. Voor personenauto's wordt de NOx-reductiedoelstelling wel bereikt.

De emissies worden mede bepaald door de hoeveelheid duurzame energie in de scenario's. Die neemt sterk toe, maar om de doelstelling van 10% duurzaam in 2020 te bereiken is aanvullend beleid nodig. Anders komt het percentage uit op 4 à 5%. De doelstelling voor energiebesparing van 33% in 2020 wordt (vrijwel) bereikt in de scenario's met hoge economische groei (ongeveer 3%).

Voorts worden diverse beleidsinstrumenten geanalyseerd, die kunnen worden ingezet om deze knelpunten op te lossen. Internationaal zijn uniforme internationale energieheffingen het meest effectieve instrument om energie- en milieuproblemen te verminderen, maar deze vergen wel ingrijpende structurele aanpassingen in met name de basisindustrie (chemie, metaal). Van de nationale energiebeleidsmaatregelen die zijn geanalyseerd sorteren nationale energieheffingen en directe regulering het meeste effect. Ook zijn de CO2-effecten van de energiemaatregelen onderzocht. De maatregelen zorgen voor 1 à 10% CO2-uitstootreductie, terwijl in de scenario's met hoge economische groei enkele tientallen procenten reductie nodig is om terug te gaan naar het emissieniveau van 1990 of reductie ten opzichte van dat niveau te bereiken.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1997