Presentatie Milieubalans 1997

Berichten uit
1997
De Milieubalans 1997, die het RIVM in september 1997 uitbrengt, vermeldt dat het energiegebruik in het voorgaande jaar is toegenomen met bijna 1%, ook na correctie voor de koude wintermaanden. De CO2-emissie is in 1996 met 0,5% gestegen tot 8% boven het niveau van 1990. De daling in de emissieniveaus van de meeste andere milieubelastende stoffen heeft zich in 1996 voortgezet. Het niveau waarop deze stoffen geen negatieve effecten meer teweeg brengen, is echter meestal nog niet bereikt. De emissiereducties zijn voornamelijk het gevolg van technische verbeteringen, die de productie of het gebruik van goederen minder milieubelastend maken. De Milieubalans besteedt dit jaar extra aandacht aan de economische groei, het provinciaal en gemeentelijk milieubeleid en aan het aandeel dat de productie van exportartikelen heeft in de milieudruk in Nederland.

In de industrie nemen de meeste milieubelastende stoffen, ondanks de economische groei, af. Voor SO2, NOx, VOS en fijn stof is de afname in 1996 ten opzichte van 1990 respectievelijk 44, 22, 43 en 52%. Per verdiende gulden is de afname 30-50%. De CO2-emissies in de industrie zijn vrijwel constant en per verdiende gulden is er sprake van zo'n 10% afname. Dat de CO2-emissie achterblijft bij de bruto toegevoegde waarde komt mede doordat het elektriciteitsgebruik en de opwekking van elektriciteit en warmte via warmte/kracht-koppeling toenemen. De CO2 die daarbij vrijkomt, wordt toegerekend aan de energiesector. In de metaalindustrie en de chemie komt de helft van de CO2 vrij bij de productie van exportartikelen.

Voor de grotere bedrijven (zoals raffinaderijen, energievoorzieningsbedrijven en afvalverwerkingsbedrijven) zijn de provincies het bevoegd gezag. Begin jaren '90 hadden deze een achterstand in de vergunningverlening, maar deze is inmiddels weggewerkt. De vergunningen vormen een stok achter de deur voor de convenanten, die veelal tussen Rijk, provincie en bedrijven worden afgesloten. Volgens de Milieubalans hebben deze convenanten positief gewerkt op het behalen van de (soms gemakkelijk te realiseren) milieudoelen.

Een sterke groei van de consumptieve bestedingen en een verandering van leefstijl heeft gezorgd voor een snelle stijging van het elektriciteitsgebruik door consumenten de afgelopen jaren (4% per jaar). Daarvan is een derde het gevolg van de groei van de bevolking en twee derde van een verschuiving in het consumptiepatroon, met name een toename in het gebruik van elektrische huishoudelijke apparaten. Ook het gebruik van aardgas is toegenomen. De afvalproductie is in 1996 voor het eerst sinds jaren meer gestegen dan het hergebruik. De mobiliteit, in reizigerskilometer, is 8% groter dan in 1990. De emissies van de personenauto's zijn afgenomen als gevolg van de driewegkatalysator, de verlaging van het zwavelgehalte van diesel en van het feit dat geen loodhoudende benzine meer wordt verkocht.

Het goederenvervoer, uitgedrukt in tonkilometers, is gestegen tot 9% ten opzichte van 1990. Het aandeel van de binnenvaart, uit milieuoogpunt het best, is licht gedaald. Het beleid dat een verschuiving van wegtransport naar rail en binnenvaart zou moeten bewerkstelligen, heeft geen aantoonbaar effect gehad.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1997