Energie Handvestverdrag goedgekeurd |
Berichten uit 1997 |
Het verdrag, dat de internationale samenwerking regelt op het gebied van energie, is het geesteskind van de Nederlandse oud-premier Lubbers. Het verdrag regelt juridisch afdwingbare garanties voor bedrijven in Oost en West die in elkaars landen willen investeren in deze sector en biedt een zo vrij mogelijke doorvoer van olie, gas en elektriciteit. Met de totstandkoming van het Energie Handvestverdrag kunnen alle partijen winnen. Oost-Europese landen krijgen kapitaal, management-expertise en technologie, Westerse landen krijgen een betere toegang tot gas- en olieleveranties.
Eind 1997 is het verdrag door 29 landen geratificeerd, nog net niet voldoende om het verdrag in werking te laten treden. Het verdrag is in december 1994 ondertekend door vrijwel alle Europese landen, de voormalige Sovjet-Unie, Australië en Japan, 49 landen in totaal. In de praktijk wordt het verdrag reeds door alle ondertekenaars uitgevoerd, maar formeel treedt het pas in werking 90 dagen nadat 30 landen het hebben geratificeerd. Rusland, een land met belangrijke gas- en olievoorraden, heeft het verdrag nog niet geratificeerd. De Russische regering heeft een voorstel hiertoe in de zomer ingediend bij het Russische parlement, maar heeft als gevolg van de moeizame verhouding tussen regering en parlement moeite om de goedkeuring van het parlement te krijgen.
In 1997 worden belangrijke vorderingen gemaakt in de onderhandelingen
over een vervolgverdrag, dat een regeling zal inhouden voor nieuwe
investeringen. Het Energie Handvestverdrag uit 1994 geldt voor gedane
investeringen.